Hat Creek Rim

De Hat Creek Rim biedt uitzicht op Mt Shasta en Mt Lassen. De sneeuw is net verdwenen en de Rim staat in bloei. Het lopen gaat vandaag vanzelf en ik geniet van de uitzichten. We zijn niet de enige hikers die de Sierra’s hebben overgeslagen en dat is ook de trail angels opgevallen. Onverwacht worden we getrakteerd op vers fruit, frisdrank en zelfgemaakte koekjes. We lopen onze eerste marathon (26 mile) en zien tijdens onze laatste stappen een waanzinnige zonsondergang

Old Station

Old Station is een klein dorpje aan de trail waar je heel lekker kunt eten. Voor we in Old Station zijn, komen we Marc en Polly tegen, een Nederlands stel. We wisselen uitgebreid ervaringen uit, lachen om alle bizarre voorvallen op de trail en zeggen uiteindelijk weer gedag. We houden een lange pauze in Old Station en lopen aan het eind van de dag nog een aantal mile.

Lassen Vulcanic Parc

We staan vandaag nog vroeger op dan normaal. Het voorstel is 5 uur maar Myrthe weigert voor half 6 op te staan. Vandaag wandelen we door Lassen Vulcanic Parc. Kamperen in het park is zonder bear canister niet toegestaan. We willen daarom graag tot aan de rand van het park lopen, 19 mile verderop. Er ligt echter veel sneeuw dus we verwachten dat het en lange dag zal worden. Dat wordt het ook. En het park valt tegen: 9 mile aan verbrande bomen, eindeloos veel sneeuw en Mt Lassen krijgen we, in tegenstelling tot de afgelopen dagen, niet te zien. We houden vandaag weinig pauzes en door het geploeter in de sneeuw vergeet ik te eten. Een hongerklop is het resultaat. Alles in mijn lijf protesteert en voor het eerst zie ik het hiken echt niet zitten. Na 17 mile zien we eindelijk de hoogtepunten van het park, een kokend meer en een geiser. Het interesseert me weinig. Ik wil gewoon naar bed.

Halfway?

Na een korte wandeldag komen we aan in Chester. Ik kan wel wat rust gebruiken. Of nou ja, boodschappen doen, wassen, douchen, eten. Echt rustig is zo’n middag niet. Rob heeft al een paar dagen last van zijn voet en besluit na een slapeloze nacht niet langer door te wandelen maar rust te nemen. Als we de volgende ochtend weer op pad gaan, nemen we dus afscheid van Rob. Gek om opeens met z’n drieën verder te gaan.

We bereiken het officiële halfwaypunt. Dat geldt echter niet voor ons. We lopen in een andere richting, op een ander punt op de trail dan gewoonlijk het geval zou zijn. We maken toch maar een foto.

Hoewel we al heel wat sneeuw hebben gezien, zijn we nog geen lastige/ingewikkelde/gevaarlijke stukken tegengekomen. Bert is goed in navigeren en in plaats van in de sneeuw over een steile helling te schuifelen is het vaak eenvoudiger om over de richel of zelfs een piek te gaan. Daar ligt geen pad dus er moet wel wat geklauterd worden.

Ondanks Berts navigatievaardigheden ontkomen echter ook wij niet aan steile hellingen. Als ik mijn microspikes aantrek, zegt Bert dat het een goed idee is om ook de ijsbijl te pakken. Dat vind ik onzin. Ik heb geen idee wat ik met dat ding moet en zo steil is het nu ook weer niet. Zo steil blijkt het echter wel te zijn en er zijn geen voetstappen van hikers voor ons die een beetje grip bieden. Waar Bert zich als Spiderman door de sneeuw beweegt, veranderen Myrthe en ik opeens in Bambi op het ijs. Eerst glijdt Myrthe 20 meter naar beneden en een paar stappen later volg ik. Vertwijfeld halen we toch die ijsbijl maar uit de tas en met wat hulp van Bert belanden we uiteindelijk bovenop de helling. De schrik zit er bij mij goed in. Als we even later ook nog 2 rivieren moeten oversteken die een flinke stroming hebben, heb ik het wel even gehad. Ik meld dan ook dat ik niet van plan ben over te steken. Een alternatief is er echter niet echt en dus volg ik Bert en Myrthe toch maar. De laatste miles tot aan onze kampeerplaats zijn sneeuw- en riviervrij. Gelukkig maar. Gewoon hiken is al uitdagend genoeg.

Van Belden naar Quincy

Belden staat bekend om zijn lekkere milkshakes. We gaan ’s ochtends dan ook al vroeg op pad zodat we een lange middagpauze kunnen houden. We drinken niet alleen milkshakes maar ik doe ook een middagdutje. Aan het einde van de dag wacht ons nog een flinke klim. Ik heb wat hoofdpijn en doe het rustig aan. Myrthe en Bert gaan vooruit. Met nog 1 mile te gaan zet ik in gedachten al mijn tentje op. Als ik echter de bocht om kom, staan Bert en Myrthe op me te wachten. Er ligt sneeuw op het pad. “Je hebt microspikes en een ijsbijl nodig”, roept Bert. Ik pak mijn sneeuwgear, klauter de sneeuw op, kijk naar beneden en blokkeer. Dit is een heel steile traverse, m’n laatste glijpartij zit nog vers in m’n geheugen, ik heb hoofdpijn, hier heb ik geen zin in. Myrthe roept dat als ik nu niet ga, ik morgen ook niet ga. Ik zucht eens diep, focus me alleen op mijn voetstappen en bereik de overkant.

We kamperen op een richel, de zonsondergang is prachtig maar ik ben blij als ik in mijn slaapzak lig. ’s Nachts hoor ik het waaien. Flink waaien. Ik doe een paar oordoppen in en slaap verder. Om 5 uur word ik wakker van Myrthe en Bert die proberen te voorkomen dat hun tentjes wegwaaien. Ik gebruik al jaren stormharingen waardoor mijn tent staat als een huis.

Er ligt heel wat sneeuw maar we hoeven niet meer over steile hellingen. Als we bijna in Quincy zijn, komen we 2 vrijwilligers tegen van de PCTA. Ze geven ons hun telefoonnummer. We mogen bellen alles weer iets nodig hebben. Nadat we hebben gegeten, boodschappen hebben gedaan en alle was weer schoon is, bellen we ze op om te vragen of ze een plek weten waar we kunnen kamperen. We worden meteen bij hen thuis uitgenodigd. Tussen alle paarden, katten, muilezels, honden, oude auto’s, nog oudere kranten en boeken, is ook nog wel plek voor 3 hikers. We krijgen de volgende ochtend ook nog ontbijt en ze brengen ons naar de trail. De gastvrijheid die we steeds weer ontvangen is ongekend.

Van Quincy naar Truckee

Sneeuw, sneeuw en nog meer sneeuw. Mijn schoenen zijn de hele dag nat, mijn voeten zijn ijskoud, wandelen door bergen sneeuw is vermoeiend (vergelijkbaar met het oplopen van een duin) een elke keer als Bert zijn ijsbijl pakt, heb ik schrik. Ik klauter liever over een rots dan dat ik met mijn ijsbijl in de sneeuw probeer te blijven hangen. We komen voor het eerst hikers tegen door door het hooggebergte, de Sierra Nevada, zijn gekomen. Ze zien eruit alsof ze uit een oorlog komen en ze vertellen allemaal hetzelfde verhaal: we zijn bijna een groepsgenoot verloren in een gevaarlijke rivieroversteek. We hebben geluk gehad. Wij zijn nog maar een week verwijderd van het hooggebergte en ik begin te twijfelen: wil ik echt zoveel risico nemen en hoeveel plezier heb ik als ik nog 3 weken door de sneeuw moet ploeteren? Uiteindelijk is de keuze eenvoudig: we gaan terug naar Dunsmuir, lopen 1100 mile naar de Canadese grens en gaan in september terug naar Truckee om de laatste 500 mile te lopen in het hooggebergte. En als ik dan toch met cijfers aan het strooien ben: we hebben inmiddels 1000 mile gelopen en hebben nog 1600 mile te gaan. Ik heb er zin in

Truckee