Marion Korevaar

Vele wegen brachten me tot hier

Categorie: Geen categorie

Bridge of the Gods – Goat Rocks

Nog niet naar huis

De rustdag heeft mijn knie geen goed gedaan. Ik kan mijn knie niet strekken en heb bij elke pas het idee dat ik door m’n knie heen zak. Aan het einde van onze tweedewandeldag moet ik nog 5 mile klimmen. Ik weet niet of dat gaat. Ik weet ook niet of ik zo wel door kan lopen. Ik zeg Myrthe dan ook dat ik m’n tentje misschien al eerder opzet. Morgen weer een dag. Sinds we aan dit gedeelte van de trail zijn begonnen, komen we steeds een groepje van 4 wandelaars tegen. Gister liepen zij ons in de laatste mile opeens heel hard voorbij om als eerste een kampeerplek uit te kunnen zoeken. Heel erg onsympathiek. Als ik 10 minuten na Myrthe aan de klim begin, heb ik opeens het viertal weer in mijn nek hijgen. Hoewel ik mezelf op dat moment nog erg zielig vind en de situatie met m’n knie uitzichtloos voelt, voel ik opeens een soort competitiedrang. Voor klimmen hoef je je knie niet te buigen en als zij eerder bij de kampplek willen zijn, moeten ze me eerst maar eens voorbij. Het zweet gutst over mijn hoofd, mijn ademhaling versnelt en mijn kuiten branden. Het mantra ‘als jij zweet, doen zij dat ook, als jouw kuiten branden, branden die van hen ook’ klinkt in mijn hoofd. Als ik na 10 minuten een haarspeldbocht neem, zie ik dat nog maar 1 lid van het viertal achter me loopt. Hij hijgt, puft en kraakt. En ik denk: “Lekker voor je”. Als ik 20 minuten voor het viertal boven ben, kijkt Myrthe me verbaasd aan. Ze had me nog lang niet verwacht. Ik kan nog net uitbrengen dat ik de informele wedstrijd heb gewonnen. Adrenaline giert ondertussen door mijn lijf. Ik ga nog niet naar huis.

Onweer

Na een korte resupplystop in Trout Lake gaan we weer op pad. Er wordt zwaar onweer en veel regen voorspeld. We besluiten te wandelen tot het weer zo slecht is dat we een tentje moeten opzetten. Rond 3 uur begint het te rommelen en rond 5 uur lijkt het onweer onze kant op te komen. We zetten ons tentje net onder de boomgrens op. Als we er klaar voor zijn, trekt het onweer weg. We zijn dus voor niets zo vroeg gestopt en grappen dat het wel meevalt met dat noodweer. Dat was iets te vroeg gejuicht. Om 8 uur begint het te onweren en dat stopt de komende uren niet meer. De bergen versterken het geluid en de flitsen doen pijn aan mijn ogen. Ik trek mijn slaapzak over mijn hoofd. Wat ik niet zie, is er ook niet. De regen komt met bakken uit de lucht. Gelukkig heb ik een luchtbed want echt droog blijft mijn tentje niet. Als rond middernacht het onweer eindelijk stopt, val ik uitgeput in slaap. Het weer blijft de dagen erna wisselvallig maar zulk heftig onweer hebben we niet meer.

Goat Rocks

De Goat Rocks zouden een van de hoogtepunten van de pct moeten zijn. Als we opstaan is het echter bewolkt. We hopen dat het nog een beetje opklaart maar het tegendeel gebeurt. We lopen de wolken in en zien niets. Helemaal niets. Het begint ook te regenen en te waaien en de gevoelstemperatuur daalt. Na 12 mile besluiten we ons tentje op te zetten. Hiken in dit soort omstandigheden is ook ellendig in het bos maar je mist dan in ieder geval de uitzichten niet. We bibberen in onze tent, rantsoeneren ons eten en hopen dat het weer opklaart. Om 3 uur ’s nachts schrikt Myrthe wakker van een muis die het gemunt heeft op haar toch al karige voorraad eten. Ik schrik van Myrthe en ga meteen ook maar even naar ‘de wc’. Buiten zie ik een prachtige sterrenhemel. Helder. Het is helder. En wat blijken de Goat Rocks de volgende dag de moeite waard te zijn. Ongelooflijk mooi.


Sisters – Bridge of the Gods

Een ongeluk zit in een klein steentje

De omgeving rondom Sisters blijft erg vulkanisch. Zo duikt Mount Hood opeens op aan onze horizon en moeten we zelfs nog wat kleine sneeuwvelden trotseren. Ik ben minder moe en heb meer energie in mijn lijf. Als je zo lang wandelt, ontdek je hoe belangrijk eten is.

Toch zit een ongeluk in een klein hoekje, of steentje. Rond het middaguur komen we een snelstromende rivier tegen. Terwijl we proberen te bepalen waar we het best kunnen oversteken, struikel ik over één van de lavasteentjes. Ik voel hoe mijn rugzak me voorover trekt en denk: “Niet op mijn gezicht, niet mijn gezicht.” Mijn gezicht komt gelukkig ongehavend uit de strijd. Mijn knieën tintelen echter van de klap. Alles beweegt gelukkig nog en een paar minuten later heb ik al mijn aandacht nodig om over te steken. Aan het einde van de dag doet mijn linkerknie echter steeds meer pijn en de volgende dag is m’n knie dik, blauw en stijf. Ik hobbel zo goed mogelijk door maar de twijfels groeien. Zou dit het einde van mijn hike zijn? Ik baal en ik heb pijn.

Rond 11 uur kijk ik op mijn navigatie-app. Hoewel ik niet gemakkelijk loop, is het parcours zo vlak dat ik toch al 11 mile heb afgelegd. En ik begin te rekenen: als we vandaag 27 mile lopen en morgen ook, dan kunnen we overmorgen ontbijten bij Timberline Lodge. Die knie doet zeer, maar ook met een gebogen been kan ik wandelen. Op naar het ontbijt.

Ontbijtbuffet

We zetten vroeg onze wekker. Het is 4 mile lopen maar het ontbijtbuffet en we hebben honger. De lodge ligt aan de voet van Mt Hood. De stoeltjesliften draaien en we zien snowboarders voorbijlopen in hun wintersportoutfit. Wat een contrast. Wij komen bezweet aangelopen in onze korte broek en t-shirt. Het is 4 dagen geleden dat ik heb gedoucht en ik schaam me een beetje om aan te schuiven in deze luxe omgeving. Honger wint echter van de schaamte en even later staan we in de rij. Dit soort beloningen maken de trail extra leuk. Je hebt iets om naar uit te kijken tijdens de lange wandeldagen.

Bridge of the Gods

Na het ontbijt lopen we ongedoucht verder. We hoeven nog maar 2.5 dag te lopen tot Cascade Locks, het eindpunt van Oregon. Voor mij is de brug die Oregon en Washington scheidt, iconisch. Ik kijk uit naar het moment waarop ik de brug zie, en waarop we kunnen douchen. Een dag voor we in Cascade Locks aankomen regent het. De toch al stinkende kleding en spullen, stinken nog wat meer. Ondertussen lopen wij door verbrand bos. Mijn beeld van Oregon bestaat uit vulkanen, lavastenen en verbrande bomen. Het is niet verwonderlijk dat de pct vaak onbegaanbaar is in Oregon als je ziet hoeveel bos er is verbrand.

We dalen af tot Cascade Locks op een zaterdag. De zon schijnt en er zijn heel veel dagjeshikers. Myrthe en ik stinken na 7 dagen zo erg dat we zelfs elkaar ruiken en dat is geen goed teken. Beschaamd laten we de dagjeshikers passeren, terwijl we ons een beetje van hem wegdraaien. Als we het stadje binnenlopen, beloven we elkaar dat we echt eerst naar het hotel gaan om te douchen. Meestal verleidt de geur van voedsel ons om stinkend aan een tafel te gaan zitten en staat douchen onderaan onze prioriteitlijst. Dit keer gaan we eerst echt douchen. Echt. Of… zullen we misschien toch een ijsje? Heel even dan. En zo duurt het toch nog 2 uur voor we douchen.

Nog 190 mile

Ik ben mijlen verder sinds mijn laatste blog. Nog maar 190 mile tot aan Canada. Ik heb ontzettend veel verhalen te vertellen en foto’s te tonen maar de tijd ontbreekt me voor het bijhouden van m’n blog. Over 10 dagen loop ik Canada binnen. Daarna hoop ik verslag te kunnen doen van de afgelopen weken.

Shit story

Halverwege Record Hill constateer ik dat ik ziek ben. Ik heb buikkramp, voel me futloos en moet na elke drie stappen een pauze inlassen.

Na een nacht slapen zijn mijn klachten niet minder. Parasieten, zeep in je poep, bacteriële infecties, wormen, mijn medegidsen hebben alle diagnoses de afgelopen weken verzameld. Dit keer is het mijn beurt om m’n potje poep naar het laboratorium te brengen. Tot mijn verbazing blijkt geen van de bovenstaande categorieën van toepassing. Ik heb de kaart ‘gistinfectie’ getrokken. Dat krijg je onder andere van het eten van te veel suiker. Maar ik heb nog nooit zo weinig suiker gegeten. Ik eet alle dagen rijst en bonen. En af en toe een banaan.

Die banaan schrap ik dus maar uit mijn dieet want suiker schijnt de situatie te verergeren. En pasta en melkproducten en brood en snickers. Eigenlijk alles wat lekker is.

En dat werkt. Ik ben minder moe, heb minder last van buikkramp, durf zelfs weer wat anders te eten dan groenten. Het gaat zelfs zo goed dat ik tijdens de laatste avond van mijn 4-daagse trip naar Mexico besluit om een biertje te drinken. Of 2, of 3. Misschien 4. Maar dan wel kleine glazen.

En nu ben ik weer terug bij af en poep ik na elke hap water met een kleurtje. Ik weet niet zo goed wat ik erger vind: dat ik vrijwel niets kan eten zonder dat mijn buik van streek raakt of dat ik niet kan wandelen. Shit!

Verbonden

Voor me schuifelt een 22-jarige reizigster over het pad. Haar voeten doen zeer. De schoenen die ze draagt zijn haar onbekend. Haar hielen zijn ontveld en haar tenen stoten bij elke stap tegen de rand van haar schoen. De ondergaande zon kleurt het verdorde maisveld goudgeel. Terwijl mijn benen gedwongen zijn zich aan te passen aan het ritme van de wandelaarster voor me, laat ik mijn gedachten de vrije loop. Ik mijmer over Quetzaltrekkers en over de gemeenschap die ik samen met de andere gidsen vorm.

Ik werk, woon en leef samen met een groep mensen die ik twee maanden geleden nog niet kende. Hoewel het soms overweldigend is om zoveel mensen om me heen te hebben, voel ik me ook onderdeel van het geheel, van de gemeenschap. We koken samen, doen de afwas, ruimen op, organiseren trektochten, dragen verantwoordelijkheden voor onze cliënten en voor het voortbestaan van de school, we klagen over slaapgebrek, zijn tegelijk ziek, lachen om elkaar en om elkaars stupide acties en denken na over maatschappelijke vraagstukken.

Wat mij eigenaardig maakt, is bekend bij de andere Quetzaltrekkers. Wie dag en nacht samen is, kan zich niet verbergen. Ik voel me verbonden. Ik realiseer me dat ik dat gemist heb de afgelopen jaren. Na mijn studententijd was ik dochter, zus, vriendin, collega, docent en sportmaatje, maar nooit allemaal tegelijk.

22% van de Nederlanders woont alleen. Het woord alleenstaand dekt niet de lading. Ik sta niet alleen. Ik heb lieve vrienden en familie om me heen. En toch was ik meer alleen dan ik aan mezelf wilde toegeven. Ik was alleen als ik moe was, maar toch voor mezelf moest koken, ziek was en toch naar de winkel moest, iets grappigs, verdrietigs, moois of memorabels had meegemaakt en dat alleen via Whatsapp kon delen, niemand een hand op mijn schouder, een por in mijn zij of een duw in de rug gaf en ik mezelf wijs maakte dat ik dat niet nodig had. Na mijn studententijd was er niemand met wie ik vrijwel dagelijks alle aspecten van mijn leven deelde.

Een gemeenschap lijkt in Nederland voorbehouden te zijn aan stellen en gezinnen en toch geloof ik dat dat niet de enige manier is om je verbonden te voelen met anderen. De dorps-, kerk- en leefgemeenschap zoals die 50 jaar geleden bestond, is vervangen door een meer individualistische benadering van vrije tijd en relaties. De mogelijkheid om je leven zo in te kunnen richten als je zelf wilt, zonder de kritische blik van anderen, is een waardevolle verworvenheid. En toch vraag ik me af in hoeverre een gebrek aan gemeenschapszin bijdraagt aan gevoelens van depressie en het ontstaan van burn-outs. Als ik terugdenk aan mijn burn-out 5 jaar geleden, herinner ik me voornamelijk hoe zeer ik me vervreemd voelde van de wereld om me heen.

Quetzaltrekkers is hard werken: 7 dagen per week, soms 15 uur per dag. En toch voelt de werkdruk heel anders dan in het onderwijs. Als ik moe ben doet een ander de afwas en als een ander ziek is, zet ik thee. Als we elkaar aankijken weten we met één blik hoe de ander zich voelt en kunnen we daarop anticiperen. We dragen samen verantwoordelijkheid voor onze werkzaamheden, zorgen er samen voor dat we ons hier thuis voelen en zetten ons samen in voor hetzelfde doel: geld inzamelen voor Escuela de la Calle. Ik voel me verbonden met de mensen om me heen en het doel waarvoor ik me inzet en dat is elke pijnlijke spier, korte nacht en buikkramp waard.

Hike vulcanoes, help kids

Voor mountainreporters schreef ik een blog over mijn activiteiten voor Quetzaltrekkers.

https://www.mountainreporters.com/nieuw/hiken-in-guatemala/

In den vreemde

Het voornemen om een dagboek (of een blog) bij te houden, strandt al sinds mijn kinderjaren na enkele zinnen. Als ik echter de agenda’s van mijn oud-klasgenoten zou teruglezen of de internetfora die ik deelde met mijn voormalige collega’s in de c1000 of dispuutsgenoten, zou ik heel wat dagboeken kunnen vullen. Het delen van dagelijkse beslommeringen en spontane gedachten en observaties gaat me heel wat makkelijker af dan het schrijven van zorgvuldig doordachte tekst. Een zorgvuldig doordachte tekst, een dagboekpagina of een blog, verlangt dat ik weet wat ik wil zeggen. Ik weet echter niet zo goed hoe ik woorden kan geven aan de indrukken die ik tot nu toe heb opgedaan.

#guatemala

Quetzaltrekkerhoofdkwartier

In eerste instantie vallen de omheiningen, het prikkeldraad en de bewakers in Guatemala-City op. Ik ontmoet Amerikanen en Europeanen die zich in Guatemala hebben gevestigd. Ze zijn op reis gegaan, voelden zich thuis en zijn gebleven. Ik vraag me af welke aantrekkingskracht het land op ze heeft. Ik zie vooral heel veel zwerfhonden en -katten, vervuilende auto’s en bussen, overal electriciteitsdraden en mensen met wie ik niet kan communiceren omdat mijn Spaans niet toereikend is. Ik voel me ongemakkelijk op straat. Statistieken over geweld en onveiligheid maken me wantrouwig. Thuis voel ik me niet in deze vreemde omgeving.

#Guatemala

Uitzicht vanuit mijn kamer

Als ik echter na twee driedaagse wandelingen terugkeer in Xela, verheug ik me erop mijn huisgenoten, de andere gidsen weer te zien, en verhalen uit te wisselen over de hikes, verlang ik naar mijn eigen bed en rommelt mijn maag bij het idee dat ik morgen verse broodjes kan halen voor het ontbijt. In de chaos van de markt aan het einde van de straat, weet ik de groente-, bananen-, appel- of avocadokraam te vinden die de beste producten verkoopt. Verscholen onder electriciteitsdraden en kleurrijke gevels, bevinden zich hippe lunchtentjes die vegetarische opties op de kaart hebben staan. Mijn was breng ik naar de lavanderia aan de overkant van de straat.

#Guatemala

Een dorpje in de bergen

De stad die eerst zo vreemd leek, voelt lang zo vreemd niet nu ik mijn weg weet te vinden. Ik voel me niet langer ongemakkelijk maar verwachtingsvol. Ik ben heel benieuwd wat deze stad me de komende maanden zal brengen .

Geef me de ruimte!*

Op de meeste vragen weet ik geen antwoord. Op vragen die met mijn reisplannen te maken hebben al helemaal niet. Vind ik het spannend? Heb ik er zin in? Vind ik het niet lastig om geen baan en eigen huis meer te hebben? Wat ga ik doen als ik terugkom?

Soms twijfel ik even: zou ik niet veel meer zin moeten hebben of nerveuzer moeten zijn? Zou ik toch een toekomstplan moeten verzinnen en moeten nadenken over een nieuwe baan en woonruimte?

Feit is dat zowel op reis gaan als terugkomen onvoorstelbaar is. Ik heb geen idee hoe het zal zijn om in Guatemala te wonen, of ik fysiek opgewassen ben tegen zoveel wandelen, of ik mijn vrienden en familie erg ga missen en of een onuitgestippeld levenspad me onrustig maakt.

Ik heb geen idee wat dit reisplan met me doet en daarmee is het nu al geslaagd. Niet weten maakt dat ik mezelf mag verwonderen en het onvoorstelbare mag ervaren. Niet weten geeft ruimte.

Antigua: Cerro de la Cruz

(* Een kleine ode aan Thea Beckman)

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: