Marion Korevaar

Vele wegen brachten me tot hier

Hoog gegrepen

Tussen de bomen dansen de hoofdlampen van de wandelaars die voor me lopen. Mijn lamp is gericht op de rotsachtige ondergrond. Af en toe kijk ik op in de hoop dat ik de afstand met de andere wandelaars heb weten te overbruggen. Elke blik in de verte vergroot echter mijn wanhoop. Mijn handen en voeten tintelen, ik voel me misselijk en elke stap kost moeite. Ik probeer niet in paniek te raken, rustig te blijven, te ademen, me alleen te focussen op de volgende stap. Het pad wordt steiler. Met handen en voeten klauter ik omhoog. Bovenaan het steile gedeelte wacht de andere gids. Ik plof neer op de grond, probeer golven van misselijkheid te negeren en kijk uiteindelijk op naar Sebastian. “Het gaat niet. Ik keer om.”

Het hoogste punt in Midden-Amerika is de vulkaan Tajumulco. De 4220 meter die deze vulkaan hoog is, boezemt me angst in. Na 5 tochten naar het meer kijk ik echter ook uit naar een nieuwe tocht, een nieuwe uitdaging.

Ik hoop vooraf dat een van de wandelaars een pakezel heeft geboekt. Dat scheelt mij als gids een hoop gesjouw. Een dag voor vertrek ontmoet ik de andere wandelaars. Het zijn er drie. Ze vertellen waar ze vandaan komen: Nieuw-Zeeland, Pyreneeën en de Alpen en ik denk: dat wordt doorlopen morgen en een pakezel zit er vast niet in.

Mijn vrees blijkt ongegrond te zijn. Het is een geleidelijke klim en ik vind al snel een monotoon ritme dat het toelaat om weg te dromen. Na anderhalf uur wandelen liggen we een uur voor op schema. We lassen een pauze in, eten avocado’s en genieten van de zon. Het wolkendek bevindt zich onder me.

Rond 3800 meter wordt ademen lastiger, mijn benen voelen zwaar. Bewegen kost steeds meer energie en gaat trager en trager. Aan het bewegingsritme van de andere wandelaars kan ik zien dat ook zij strijden tegen een gebrek aan zuurstof. Ik voel me licht in mijn hoofd. Sneller dan verwacht wordt het basiskamp bereikt. We zetten de tenten op, verzamelen hout voor het kampvuur en doen een dutje in de zon.

Voor zonsondergang staat nog een klim van 100 meter op het programma naar de tweede top van Tajumulco, Cerro Concepcion (4100 meter). De inspanning kost me verrassend veel moeite. De top is gehuld in wolken. Ik heb het koud. Het uitzicht is niet wat ik ervan had verwacht.

Tot het ze, opeens, toont in z’n hogen staat.* Opnieuw word ik gegrepen door de kleurschakeringen. Elke meter wandelen, en soms afzien, is dit uitzicht waard. De majestueuze top van Tajumulco, de pittoreske dorpjes in het dal, de paars-roze wolken en de vuurrode zon zijn adembenemend.

Mijn misselijkheid en de moeizame meters naar de top ben ik al snel vergeten. Ik hoef nog maar 12 uur te wachten tot zonsopkomst. We dalen in het donker af naar het basiskamp, 100 meter lager.

Het is muisstil in het bos. We zijn de enige wandelaars. Het kampvuur houdt ons warm en de sterrenhemel is minstens zo spectaculair als de zonsondergang. Om 21 uur is het tijd om te gaan slapen. De wekker gaat de volgende ochtend om 3.45. Er moet nog een uur geklommen worden om de de zonsopgang te zien.

Slapen doe ik echter nauwelijks. Ik heb het ijskoud, mijn blaas lijkt door de hoogte en de kou gekrompen te zijn en mijn buik is van slag. Als de wekker gaat, voel ik me belabberd. Aan opgeven wil ik echter niet denken. Ik heb de afgelopen twee jaar meer dan 2000 kilometer gewandeld. 200 meter klimmen zou geen onhaalbare afstand moeten zijn.

En toch keer ik om voor ik de top heb bereikt. De zonsopkomst vanaf het basiskamp is zeker niet onaardig, maar het gevoel dat ik heb gefaald, laat me niet los. Had ik met wat meer doorzettingsvermogen die top toch niet kunnen halen? Ik denk terug aan de Amerikaan die drie dagen heeft afgezien. 150 meter klimmen is een minimale afstand.

In Xela vragen de andere gidsen naar mijn eerst TJ, Tajumulco. Ik baal nog steeds, heb geen zin om te praten, om te vertellen dat ik ben omgekeerd. De wekelijkse voetbaltraining met de kinderen sla ik over. Een ervaren gids blijft ook achter, vraagt me naar mijn ervaring, en als ik dan eindelijk vertel dat ik ben omgekeerd, is haar reactie: “Goed zo, dat was de enige juiste beslissing”.

Ik zag niet de zonsopkomst vanaf de top, maar wel de zonsondergang vanaf de tweede top, haalde niet het hoogste punt van Midden-Amerika, maar wel het op één na hoogste punt. De top was hoog gegrepen, maar niet te hoog. En komen nog genoeg kansen.

* Een kleine ode aan J.C. Bloem

Vorige

Ademnood

Volgende

Verbonden

  1. Liesbeth Feijen

    Wat een prachtige verhalen over prachtige wandeltochten. Moedig en sterk ben je!
    Geniet van de bijzondere reis.

  2. Mannes

    Indrukwekkend. Wat fijn dat we je zo kunnen volgen. Je komt veel moois tegen, waaronder jezelf. Heel veel succes verder, we leven op afstand met je mee.

    • marionkorevaar

      Bedankt☺️ Ik hoop volgende week weer een nieuwe blog te schrijven. De tijd vliegt voorbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: