Marion Korevaar

Vele wegen brachten me tot hier

Tag: #pct2019

Ashland-Sisters

Nooit meer slapen

Het is warm, zweet druipt over m’n hoofd, en ik zou graag m’n muggennet even omhoog doen. Frisse lucht inademen. Hoe fijn zou dat zijn. Of m’n legging verwisselen voor m’n korte broek. Ongestoord een pauze houden, een mooie boomstam zoeken, de tas neerzetten, genieten van het uitzicht, wat zou dat een beloning zijn. Maar ik loop stug door, hou mijn muggennetje op en drink al ronddraaiend een slokje water. De sneeuw is eindelijk gesmolten en heeft de perfecte voedingsbodem achtergelaten voor muggen. En dan heb ik het niet over een paar muggen maar ik heb het over zwermen muggen die zich niets aantrekken van de 98% deet die ik net op m’n lichaam heb gespoten. Het toiletbezoek stel ik zo lang mogelijk uit, maar op een gegeven moment moet de broek toch naar beneden. M’n billen zijn bedekt met bulten, net als m’n benen, armen, handen, m’n nek, kaaklijn en schouders. Liggend op m’n slaapmatje probeer ik de jeuk te verbijten. Één zwak moment, één keer krabben en de jeuk komt in alle hevigheid terug. Nooit meer slapen.

Het donsjack beschermt nog het beste tegen muggenbeten.

Toen we het echt wanhopig werden, heb ik tijdens de pauze m’n tentje maar opgezet.

Honger

Hijgend loop ik omhoog. De tijd verstrijkt maar ik lijk nauwelijks te vorderen. Wandelen is verslavend door de ‘flow’ die je ervaart. Ik ervaar echter helemaal geen flow. Elke mijl is een strijd en ik lijk de strijd te verliezen. Voor het eerst in 3 maanden denk ik na over stoppen. Zoals ik me nu voel, wil ik me niet voelen. Ik heb geen kracht in mijn benen, voel me misselijk, heb een soort kramp in mijn buik en ben enorm futloos.

De rustmiddag komt op een goed moment. Als ik naar de menukaart kijk, krijg ik kokhalsneigingen. Ik heb geen zin om te eten, maar bestel toch iets. Als de wekker de volgende dag gaat, voel ik me fitter. De etappe begint met een flinke klim. Tot mijn verbazing loop ik lekker. Ik voel me sterk en zie op mijn navigatieapp dat ik een goed tempo heb. En opeens begrijp ik het: honger. Ik heb honger. Geen trek, of een suikerdip, of een rommelende maag, maar echte honger. Ik dwing mijn lichaam al 3 maanden om dagelijks 30 tot 45 kilometer te wandelen en eet alleen wat er in mijn etenszak zit. Myrthe zegt al een tijdje dat ik erg mager word en de sportbh die ik droeg, heb ingewisseld voor een sportbh maatje S, maar toch had ik me niet gerealiseerd dat wat ik voel honger is. Niet wandelen, maar eten is de uitdaging.

Berts GoPro vertekent iets maar we passen met z’n drieën op een klein tweezitsbankje.

Die legging trek ik op tot m’n oksels. Ik zwem in de stof.

Vulkanen

Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Oregon heeft veel vulkanen. Het gebied om Crater Lake en bij Sisters is adembenemend mooi. We komen toeristen tegen die uit hun camper stappen om een foto te maken, terwijl wij ’s ochtends wakker worden met uitzicht op meren en lavavelden, elke bocht verrast worden met een nieuw uitzicht, en voor het slapen gaan de zonsondergang aanschouwen. Afzien en intens geluk liggen soms dichtbij elkaar maar intens geluk overheerst. De kleuren, geuren en vormen van de landschappen die ik zie gaan elke verbeelding te boven en ik mag daar elk dag van genieten.

Mijlpalen

Ondertussen lopen we stug door. Op dagen waarop we niet langs een lodge, tankstation of stadje komen, lopen we 35 tot 45 kilometer. Meestal gaat de wekker om 5.45 en beginnen we rond 7.15 uur met lopen. We houden 3 langere pauzes en zijn rond 19 uur op onze volgende kampeerplek. We vieren belangrijke mijlpalen: 2000 kilometer, 1326 mile (50%), 1400 mile. Morgen wacht mile 1500.

Kamperen en chillen

Er wordt niet alleen gewandeld er wordt ook gerelaxt en gekampeerd.

Ijs op m’n slaapzak. Het was vannacht plotseling erg koud.

Ik had nooit verwacht dat ik dagen waarop we ‘maar’ 23 km wandelen, als rustdagen zou beschouwen maar dat doe ik dus wel.

Heerlijk. Eten en relaxen.

Als dit is wat je ziet als je wakker wordt.

Als dit is wat je ziet als je gaat slapen.

Hier kan geen Netflix tegenop.

Barney Falls – Truckee

Hat Creek Rim

De Hat Creek Rim biedt uitzicht op Mt Shasta en Mt Lassen. De sneeuw is net verdwenen en de Rim staat in bloei. Het lopen gaat vandaag vanzelf en ik geniet van de uitzichten. We zijn niet de enige hikers die de Sierra’s hebben overgeslagen en dat is ook de trail angels opgevallen. Onverwacht worden we getrakteerd op vers fruit, frisdrank en zelfgemaakte koekjes. We lopen onze eerste marathon (26 mile) en zien tijdens onze laatste stappen een waanzinnige zonsondergang

Old Station

Old Station is een klein dorpje aan de trail waar je heel lekker kunt eten. Voor we in Old Station zijn, komen we Marc en Polly tegen, een Nederlands stel. We wisselen uitgebreid ervaringen uit, lachen om alle bizarre voorvallen op de trail en zeggen uiteindelijk weer gedag. We houden een lange pauze in Old Station en lopen aan het eind van de dag nog een aantal mile.

Lassen Vulcanic Parc

We staan vandaag nog vroeger op dan normaal. Het voorstel is 5 uur maar Myrthe weigert voor half 6 op te staan. Vandaag wandelen we door Lassen Vulcanic Parc. Kamperen in het park is zonder bear canister niet toegestaan. We willen daarom graag tot aan de rand van het park lopen, 19 mile verderop. Er ligt echter veel sneeuw dus we verwachten dat het en lange dag zal worden. Dat wordt het ook. En het park valt tegen: 9 mile aan verbrande bomen, eindeloos veel sneeuw en Mt Lassen krijgen we, in tegenstelling tot de afgelopen dagen, niet te zien. We houden vandaag weinig pauzes en door het geploeter in de sneeuw vergeet ik te eten. Een hongerklop is het resultaat. Alles in mijn lijf protesteert en voor het eerst zie ik het hiken echt niet zitten. Na 17 mile zien we eindelijk de hoogtepunten van het park, een kokend meer en een geiser. Het interesseert me weinig. Ik wil gewoon naar bed.

Halfway?

Na een korte wandeldag komen we aan in Chester. Ik kan wel wat rust gebruiken. Of nou ja, boodschappen doen, wassen, douchen, eten. Echt rustig is zo’n middag niet. Rob heeft al een paar dagen last van zijn voet en besluit na een slapeloze nacht niet langer door te wandelen maar rust te nemen. Als we de volgende ochtend weer op pad gaan, nemen we dus afscheid van Rob. Gek om opeens met z’n drieën verder te gaan.

We bereiken het officiële halfwaypunt. Dat geldt echter niet voor ons. We lopen in een andere richting, op een ander punt op de trail dan gewoonlijk het geval zou zijn. We maken toch maar een foto.

Hoewel we al heel wat sneeuw hebben gezien, zijn we nog geen lastige/ingewikkelde/gevaarlijke stukken tegengekomen. Bert is goed in navigeren en in plaats van in de sneeuw over een steile helling te schuifelen is het vaak eenvoudiger om over de richel of zelfs een piek te gaan. Daar ligt geen pad dus er moet wel wat geklauterd worden.

Ondanks Berts navigatievaardigheden ontkomen echter ook wij niet aan steile hellingen. Als ik mijn microspikes aantrek, zegt Bert dat het een goed idee is om ook de ijsbijl te pakken. Dat vind ik onzin. Ik heb geen idee wat ik met dat ding moet en zo steil is het nu ook weer niet. Zo steil blijkt het echter wel te zijn en er zijn geen voetstappen van hikers voor ons die een beetje grip bieden. Waar Bert zich als Spiderman door de sneeuw beweegt, veranderen Myrthe en ik opeens in Bambi op het ijs. Eerst glijdt Myrthe 20 meter naar beneden en een paar stappen later volg ik. Vertwijfeld halen we toch die ijsbijl maar uit de tas en met wat hulp van Bert belanden we uiteindelijk bovenop de helling. De schrik zit er bij mij goed in. Als we even later ook nog 2 rivieren moeten oversteken die een flinke stroming hebben, heb ik het wel even gehad. Ik meld dan ook dat ik niet van plan ben over te steken. Een alternatief is er echter niet echt en dus volg ik Bert en Myrthe toch maar. De laatste miles tot aan onze kampeerplaats zijn sneeuw- en riviervrij. Gelukkig maar. Gewoon hiken is al uitdagend genoeg.

Van Belden naar Quincy

Belden staat bekend om zijn lekkere milkshakes. We gaan ’s ochtends dan ook al vroeg op pad zodat we een lange middagpauze kunnen houden. We drinken niet alleen milkshakes maar ik doe ook een middagdutje. Aan het einde van de dag wacht ons nog een flinke klim. Ik heb wat hoofdpijn en doe het rustig aan. Myrthe en Bert gaan vooruit. Met nog 1 mile te gaan zet ik in gedachten al mijn tentje op. Als ik echter de bocht om kom, staan Bert en Myrthe op me te wachten. Er ligt sneeuw op het pad. “Je hebt microspikes en een ijsbijl nodig”, roept Bert. Ik pak mijn sneeuwgear, klauter de sneeuw op, kijk naar beneden en blokkeer. Dit is een heel steile traverse, m’n laatste glijpartij zit nog vers in m’n geheugen, ik heb hoofdpijn, hier heb ik geen zin in. Myrthe roept dat als ik nu niet ga, ik morgen ook niet ga. Ik zucht eens diep, focus me alleen op mijn voetstappen en bereik de overkant.

We kamperen op een richel, de zonsondergang is prachtig maar ik ben blij als ik in mijn slaapzak lig. ’s Nachts hoor ik het waaien. Flink waaien. Ik doe een paar oordoppen in en slaap verder. Om 5 uur word ik wakker van Myrthe en Bert die proberen te voorkomen dat hun tentjes wegwaaien. Ik gebruik al jaren stormharingen waardoor mijn tent staat als een huis.

Er ligt heel wat sneeuw maar we hoeven niet meer over steile hellingen. Als we bijna in Quincy zijn, komen we 2 vrijwilligers tegen van de PCTA. Ze geven ons hun telefoonnummer. We mogen bellen alles weer iets nodig hebben. Nadat we hebben gegeten, boodschappen hebben gedaan en alle was weer schoon is, bellen we ze op om te vragen of ze een plek weten waar we kunnen kamperen. We worden meteen bij hen thuis uitgenodigd. Tussen alle paarden, katten, muilezels, honden, oude auto’s, nog oudere kranten en boeken, is ook nog wel plek voor 3 hikers. We krijgen de volgende ochtend ook nog ontbijt en ze brengen ons naar de trail. De gastvrijheid die we steeds weer ontvangen is ongekend.

Van Quincy naar Truckee

Sneeuw, sneeuw en nog meer sneeuw. Mijn schoenen zijn de hele dag nat, mijn voeten zijn ijskoud, wandelen door bergen sneeuw is vermoeiend (vergelijkbaar met het oplopen van een duin) een elke keer als Bert zijn ijsbijl pakt, heb ik schrik. Ik klauter liever over een rots dan dat ik met mijn ijsbijl in de sneeuw probeer te blijven hangen. We komen voor het eerst hikers tegen door door het hooggebergte, de Sierra Nevada, zijn gekomen. Ze zien eruit alsof ze uit een oorlog komen en ze vertellen allemaal hetzelfde verhaal: we zijn bijna een groepsgenoot verloren in een gevaarlijke rivieroversteek. We hebben geluk gehad. Wij zijn nog maar een week verwijderd van het hooggebergte en ik begin te twijfelen: wil ik echt zoveel risico nemen en hoeveel plezier heb ik als ik nog 3 weken door de sneeuw moet ploeteren? Uiteindelijk is de keuze eenvoudig: we gaan terug naar Dunsmuir, lopen 1100 mile naar de Canadese grens en gaan in september terug naar Truckee om de laatste 500 mile te lopen in het hooggebergte. En als ik dan toch met cijfers aan het strooien ben: we hebben inmiddels 1000 mile gelopen en hebben nog 1600 mile te gaan. Ik heb er zin in

Truckee

Dunsmuir – Barney Falls

* Een kort verslag. De afstanden worden groter en tijd voor rustdagen hebben we niet echt.

Dag 48 en 49

De tassen zijn ingepakt, het eten is ingeslagen. We zijn er klaar voor om het woestijngedeelte af te ronden en het hooggebergte, de Sierra Nevada’s, in te gaan. Er is dit jaar uitzonderlijk veel sneeuw gevallen en het is de vraag of het veilig is om te wandelen in het hooggebergte. We hopen echter dat het wel mee zal vallen. Het plotseling snelle smelten van de sneeuw zorgt voor lawinegevaar, moeilijk begaanbare sneeuw en snelstromende rivieren. En dus besluiten we op het laatste moment om toch naar Noord-Californië te gaan en 900 mile ‘terug’ te hiken in de hoop dat de sneeuw smelt.

We boeken een Ford Fiësta naar krijgen een Ford Mustang mee. Wat een avontuur.

Dag 50

Na 4 dagen niet te hebben gehiket, heb ik opeens weer zere kuiten. De omgeving is heel anders dan in de woestijn.

Dag 51

Myrthe en ik lopen al pratend verkeerd en moeten 2 mile teruglopen. Die 4 mile extra levert onze eerste 25 mile dag op

Dag 52

Sneeuw. Minder sneeuw is nog steeds sneeuw. Het uitzicht op Mt Shasta is echter mooi en de sneeuw niet te lastig.

Dag 53

Het is eindelijk heet en dus hebben we onweersbuien. Gelukkig steeds in de verte. Waar we wel last van hebben zijn de muggen. Op de onderste foto is het 30 graden tijdens het avondeten maar toch hebben we al onze kleren aan. Jeuk. Voortdurend jeuk.

Dag 54

Gek om opeens tussen de toeristen te kijken naar watervallen. We hebben al 5 dagen niet gedoucht en voelen ons een beetje misplaatst. De watervallen zijn echter erg mooi. Bij Barney Mountain Ranch kunnen we kamperen, douchen, eten, wassen en zelfs zwemmen in het zwembad. Hoe fijn.

Tehachapi – Walkers Pass

Dag 41

We mogen tot 12 uur in onze hotelkamer blijven en die tijd benutten we tot de laatste minuut. Na het ontbijt kruipen we nog even terug in bed en daarna lunchen we in het dorpje. De bus naar de trailhead gaat om 2 uur. Terwijl we wachten op de bus, krijgen we een lift aangeboden door een man in een heel oude, gele auto. Ik zit naast de chauffeur en zijn hond. Na 10 minuten zegt hij ineens: “Zouden ze achterin doorhebben dat hij (de hond) rijdt?”. En inderdaad, zijn hond bleek uitstekend in staat te zijn om zonder ingrijpen de auto te besturen. Als je reist zoals wij, kom je bijzondere mensen tegen. Uiteindelijk beginnen we pas om 3 uur aan de klim. 10.5 mile met een heel zware rugzak. We hebben 5 liter water en eten voor 6 dagen in onze tas. Alles doet zeer: m’n schouders, m’n rug, m’n kuiten. Maar vlot gaat het wel. Na de rustdag voelen mijn benen weer fris, de bibliotheek van mijn Spotify is geüpdatet en zonnetje schijnt. Om 7 uur zetten we de tentjes op. Eindelijk weer eens zonder buitentent. Ik kijk naar de sterrenhemel tot mijn ogen moe worden en val daarna al snel in slaap.

Dag 42

Als ik wakker word, merk ik dat alles nat is. Even denk ik dat het heeft geregend, maar dat is onwaarschijnlijk. Condensatie blijkt het probleem te zijn. Gelukkig is het zonnig en kunnen we onze spullen drogen voor we gaan wandelen. Zo fijn dat de zon schijnt. We pauzeren een tijd bij een waterbron. Als we weer gaan wandelen, valt me op dat de wolken eruit zien als onweerswolken. Ik hoop dat de buien nog even op zich laten wachten. Tijdens de lunchpauze begint het echter te regenen en even later klinken de eerste onweersklappen. Ik hou niet van onweer een focus me maar gewoon op Myrthes kuiten voor me. Ik probeer me af te sluiten voor de bliksemflitsen en het dreigende geluid. Als ik wel even kijk, ben ik onder de indruk van het natuurgeweld. Vooral in het dal lijkt het hard te regenen. Soms is de natuur wonderschoon en beangstigend tegelijk. Als de avond valt, lossen de buien op. Een ongestoorde nachtrust is ons echter toch niet gegund. In het bos wonen grondeekhoorns die bijzonder luidruchtig zijn. Als ze plots naast mijn tent beginnen te piepen/schreeuwen naar elkaar, zit ik rechtop in mijn tent. Ik hoop maar dat ze mijn tent en eten met rust laten.

Dag 43

Ik word wakker en het is buiten zonnig en warm. Eindelijk. Het plan is om maar 16 mile te lopen zodat we kunnen kamperen in de buurt van water. Dit is een van de heetste en droogste delen van de pct en hikers worden gewaarschuwd voor oververhitting en uitdroging. Na een aantal mile zie ik de eerste cumuluswolken als bloemkolen de lucht in schieten. Ik vraag me dan ook af hoe lang dit zonnige en droge weer zal duren. Het antwoord is: vrij kort. Nog voor de middagpauze begint het stevig te onweren en te regenen. We duiken het bos in om te schuilen tegen de regen. Als het weer echter niet verbetert, besluit ik mijn buitententje op zetten. Zo lunchen we in ieder geval even droog. Daarna vervolgen we onze tocht in regenkleding. Het is inmiddels ook afgekoeld van 35 naar 10 graden. Nat en koud. Dat is weer waaraan we gewend zijn geraakt. Onderweg zien we zelfs hagel op de grond liggen. Als we bij onze kampeerplaats aankomen, breekt de zon weer door. Het is nog steeds fris en ik eet liggend in mijn slaapzak in mijn tentje. Toch is die zon echt een moraalbooster. Voor we gaan slapen luisteren we naar ‘Here comes the sun…’ Misschien gaat zonnig en warm morgen dan toch echt lukken.

De realiteit als we een pauzeplek bereiken…

Fotoshoot

De slappe lach

Dag 44

De zon schijnt voorzichtig tussen de bomen. Zonnig, eindelijk. Warm is het nog niet maar voor de zekerheid vullen we onze waterflessen wel op. Het aantal waterpunten is vandaag beperkt. Daar krijgen we geen spijt van. Na 8 mile heb ik al 2 liter water gedronken. Het is warm, maar we hebben waanzinnig mooi uitzicht over de woestijn. Als ik een bocht omkom, zie ik Rob en Bert in de struiken liggen. Ze hebben een ratelslang gevonden. De tijd dat we bang waren voor slangen ligt ver achter ons. Vandaag willen we 22 mile lopen, zodat we kunnen kamperen bij een waterpunt. We lopen dan ook flink door. Vlak voor onze tweede pauze gaan we langs het 1000-kilometerpunt. Eigenlijk tellen we in mijlen maar deze mijlpaal is wel een feestje waard. Rond half 7 arriveren we op de plek waar we willen kamperen. We zetten de tentjes op onder een paar Joshuabomen en aanschouwen de mooiste zonsondergang tot nu toe. Zonnig, warm, woestijn. Het is eindelijk gelukt.

Dag 45

In de woestijn wonen niet alleen ratelslangen maar ook schorpioenen. Myrthe kijkt nogal verschrikt naar haar grondzeil als blijkt dat ze de hele nacht op een schorpioen heeft gelegen. De schrik wordt nog groter als het beestje plotseling weer begint te bewegen. Vanuit ons kampement moeten we meteen 4.5 mile klimmen. Gelukkig is het vroeg in de morgen nog niet zo warm. Dat wordt het later op de dag wel: 33 graden. Wij wilden warm weer, dat hebben we gekregen. Uiteraard weerhoudt dat ons er niet van om te klagen over de temperatuur. Nu vinden we het te warm. Behalve Bert, die houdt van dit soort temperaturen. We kunnen ons nu nog niet voorstellen dat de Sierra’s bedekt zijn met sneeuw. Tot we een bocht omgaan en het imposante hooggebergte zien. Dat is wel heel veel sneeuw. We lopen vandaag maar 15 mile. We zijn vlakbij ons volgende rustpunt en willen de dag erna maar een klein stukje lopen. We zetten al vroeg de tentjes op en genieten van het feit dat we buiten kunnen zitten zonder onze warme kleren aan. Plotseling verschiet Myrthe van kleur. ‘Beer’. En een wijzende vinger. Verder komt ze niet. 2 meter van onze tentjes staat een volwassen, zwarte beer ons aan te kijken. Terwijl de anderen hun camera’s pakken, grijp ik de wandelstokken. Je moet jezelf toch kunnen verdedigen. Alle commotie staat de beer niet zo aan en hij holt even later het bos weer in. Wij kruipen onze tentjes in en hopen dat we ’s nachts geen bezoek krijgen.

Dag 46

’s Nachts schrik ik een aantal keer wakker, me afvragend of ik iets hoor in de bosjes naast me. De beer laat ons echter met rust. We hoeven maar 7 mile tot aan de weg. Vanaf de weg kunnen we liften naar het plaatsje Kernville. We lopen stevig door en bespreken ondertussen onze opties de komende weken. Er ligt veel sneeuw in de Sierra’s. Rob neemt vanaf Kernville de bus naar het noorden en stelt de Sierra’s nog even uit. Ik besluit in ieder geval naar Lone Pine door te lopen. Het lijkt alsof alle hikers andere keuzes maken: naar verschillende plekken in het noorden, een tijdje offtrail, gewoon doorlopen. Alle opties komen voorbij. Bij de weg zeg ik een aantal mensen dan ook gedag. Het liften gaat vlot. 2 liften en 40 minuten later zijn we in het watersportdorp, Kernville, waar we meteen de pizzeria inschuiven. Eten, slapen en rusten. Heerlijk zo’n rustdag.

Hiker Heaven – Tehachapi

Dag 34

Als ik om 6 uur mijn tentje openrits, zie ik niets. We bevinden ons in een wolk. Het is grijs, nat en heel koud. Het inpakken van een nat tentje bevordert mijn wandelzin niet echt. We hopen dat het weer later vandaag/op lagere hoogte/aan de andere zijde van de berg beter wordt. Dat wordt het niet. Het begint te regenen en het stopt niet meer. Vandaag voelt het wandelen als een verplicht nummer. Gelukkig staat vanmiddag Casa de Luna op het programma. De gastvrijheid van sommige mensen is ongekend. We worden opgewacht door de vrouw des huizes. Ze doet me nog het meest denken aan ma Flodder, met haar sigaret in haar mond en met haar postuur. Hoewel we zeiknat zijn, geeft ze ons een dikke knuffel. En ze reikt ons een Hawaii-shirt aan dat we over onze regenkleding aantrekken. Achter het huis ligt een bos met heel veel kampeerplekjes. Andere hikers hebben de afgelopen jaren beschilderde stenen achtergelaten. Het voelt een beetje als het sprookjesbos. We zetten snel onze tentjes op en wandelen het dorp in. De enige winkel/koffiebar blijkt bij het tankstation te zijn. Het is er warm en wij hebben het koud. We blijven dan ook een en uur met onze warme chocolademelk in de handen in de winkel staan. ’s Avonds eten we de welbekende tacosalade waarbij ma Flodder iedereen die bij het opscheppen zijn bord boven de pan houdt een klap op de kont geeft met haar pollepel. Na het eten gaat de muziek aan. Iedereen die een dansje doet voor ma Flodder krijgt een PCT- bandana. Voor ze de muziek aanzet, vertelt ze ons dat we onszelf vooral niet te serieus moeten nemen. Alle dansjes leiden tot heel wat hilariteit. Het feestje gaat daarna nog wel even door maar zonder mij, want ik kruip lekker in mijn warme slaapzak.

Dag 35

Het ontbijt bestaat uit pannenkoeken en de zon schijnt. Ik ben een happy hiker. Na het ontbijt doen we boodschappen voor de komende dagen. Pas om 11 uur beginnen we bepakt en bezakt aan onze tocht voor vandaag. Dat valt na een resupply elke keer tegen. Als je hiket heb je veel calorieën nodig. Een nadeel is echter dat je al dat eten wel zelf moet meesjouwen. Ondanks onze late start lopen we vandaag toch 18 mile. Aan het eind van de dag zetten we snel ons tentje op, eten we wraps of ramen noodles en gaan we naar bed.

Dag 36

Mile 500 komt in zich. 800 kilometer hebben we al afgelegd. Dat klinkt als een heel eind maar we zijn nog niet eens op 20%. Toch vieren we het met een snicker. Er is wederom slecht weer voorspeld. Een uur voor we onze kampeerplek bereiken, zien we een flinke bui onze kant opkomen. Ik probeer haast te maken. Ik ben geen liefhebber van onweer. Gelukkig gaat de bui langs ons heen. Wel zie ik het in de verte weerlichten in de woestijn en regent het. Nadat de regen is gestopt, kunnen we toch nog even buiten eten.

Dag 36

We besluiten vandaag maar 8.5 mile te lopen. Er is weer kou en regen voorspeld en we zijn wel een beetje klaar met dit weer. Als we de weg hebben bereikt, nemen we een shuttle naar een dorpje verderop. De chauffeur vertelt dat de dag ervoor weerswaarschuwingen waren afgegeven voor blikseminslag, overstromingen en sneeuwval. Soms is het goed om onwetend te zijn. Wij kampeerden op een redelijk beschutte plek en zijn de dans ontsprongen. De bergen om ons heen zijn echter bedekt met sneeuw. In deze omgeving hoort het inmiddels snikheet te zijn. Dat is het allesbehalve. In het hotel kunnen we voor het eerst in een week douchen en kijken we met z’n vieren op een telefoonschermpje naar de luizenmoeder. Fijn zo’n onverwachte halve rustdag.

Dag 37

Vandaag staat de etappe van de LA aquaduct op het programma. Deze etappe gaat 18 mile over vlak terrein zonder enige beschutting. Gewoontegetrouw hiken wandelaars deze etappe ’s nachts om de extreme hitte te vermijden. Vandaag is het echter 13 graden. Geen reden dus om ’s nachts te wandelen. Tijdens onze eerste pauze zoek ik een plek om te plassen. Ik vind een plek tussen de Joshuabomen. Soms voelt het wandelen al zo gewoon dat ik me niet meer realiseer dat het bijzonder is, maar zo hurkend tussen de Joshuabomen, ben ik me daar weer van bewust. Het is een vlakke etappe over een brede weg. Om de tijd te doden zingen we luid mee met achtereenvolgens een Nederlandstalige-, Disney- en een jaren-’90-spotifylijst. Aan het eind van onze etappe komen we windmolenparken tegen en leveren we een gevecht tegen de wind. Er blijken kampeerplekken te zijn in een valei met struiken en bomen die ons beschermen tegen de wind.

Dag 38

We beginnen en eindigen de dag met windmolens. En we doen oneindig lang over een klim omdat het pad over de volledige breedte van de berg loopt. In mijn ogen had die klim minstens 4.5 mile korter gekund. Ik erger me dan ook groen en geel. Morgen willen we graag op tijd in Tehachapi zijn. We lopen onze langste etappe tot nu toe: 23 mile. En eigenlijk voel ik me daarna prima. Geen zere voeten, knieën, kuiten. Wel slaap ik erg lekker.

Dag 39

We slapen uit tot 7 uur. We hoeven namelijk nog maar 9 mile tot aan Tehachapi. Hoewel het een korte etappe is, vind ik m’n ritme niet. Ik ben toe aan een rustdag. Pas als ik in Tehachapi een lekker broodje eet en een gezonde smoothie drink, trekt m’n humeur bij. Even helemaal niets

Wrightwood-Hiker Heaven

Dag 28

Na een verregende rustdag schijnt vandaag de zon. Op het programma staat Mount Baden Powell. 2019 is een ongebruikelijk jaar. Het is veel te koud en te nat voor de tijd van het jaar. De klim naar de top telt 47 haarspeldbochten. Na 20 bochten is de helling bedekt met sneeuw. We volgen de voetsporen voor ons en snijden zeker 15 bochten af. Omhoog gaat het over de steile helling. We binden de microspikes onder en zwoegen door de sneeuw. De wolken die voorbijdrijven zijn indrukwekkend en de ijskristallen aan de bomen lijken wel kunst. Op de top worden we beloond met een waanzinnig uitzicht. Het is windstil. Daarna wacht de afdaling. Dit keer niet aan de noordzijde. Er ligt minder sneeuw maar vlot gaat het niet. Om half 8 komen we vermoeid maar voldaan aan op de kampeerplek.

Dag 29

Het is koud. Opstaan kost heel veel moeite. De slaapzak is lekker warm en buiten vriest het. Als de zon begint te schijnen, komen we eindelijk in beweging. Het gaat omlaag en omhoog en omlaag. En we moeten een stuk over een asfaltweg omdat broedende kikkers voorrang krijgen op haastige hikers. Ik zie vandaag veel Sequoia bomen. De stam van die bomen zorgt ervoor dat ze een bosbrand kunnen overleven. ’s Avonds eten we in het zonnetje, maar al snel daarna begint het te regenen en vervolgens te sneeuwen. Ik kruip maar diep weg in mijn slaapzak.

Dag 30

Als om 6 uur de wekker gaat, sneeuwt/regent het nog steeds. De sneeuw blijft echter niet liggen. Kou, wind en nattigheid kunnen in de bergen gevaarlijk zijn en onze slaapzak is lekker warm. We blijven dan ook lekker liggen tot het om half 9 een beetje opklaart. Warm is het nog steeds niet. Ik trek verschillende lagen kleding aan: shirt met lange mouwen, donsjas, regenjas, muts en buff. Zo blijf ik redelijk warm. We zetten een pizzamedley in om de sfeer goed te houden: Vandaag is pizza, de geur van mijn leven/Ik leef niet zonder pizza/Daar gaat ze, en zoveel pizza heb ik nooit gezien/All I want for Christmas is pizza en voor we het weten passeren we de 400 mile marker. Het koude weer zorgt voor een absoluut snelheidsrecord. We lopen zo snel mogelijk de berg op en gaan daarna in volle galop naar beneden. 1.5 mile voor de kampeerplek heb ik bereik en bestel ik de pizza waarnaar we zo hebben verlangd. We kamperen vandaag vlakbij een weg en de pizzeria bezorgt pizza’s aan hongerige hikers. Helaas begint het al snel weer te regenen en waaien. Ons wacht wederom een onstuimige nacht.

Dag 31

Trail magic. Ik overweeg even om mijn slaapzak te verlaten voor de trail angels die voor dag en dauw zijn opgestaan om ons water en frisdrank te brengen. Het is echter zo koud dat ik me daartoe pas om 7 uur kan bewegen. De trail angels blijken zelf ook hikers te zijn. Ze gaan dezelfde etappe lopen als wij. We komen ze onderweg dan ook een aantal keer tegen. ’s Avonds kamperen we in een paardenwei bij een Rangerstation. Het is een verademing dat de zon weer eens schijnt. Zo kunnen we onze spullen drogen en zelf ook een beetje opwarmen.

Dag 32

Vandaag hebben we twee hoogtepunten in het vooruitzicht: Vasquez Rocks en het stadje Agua Dulce. Het is wederom koud maar de dreigende wolken veranderen gelukkig niet in regenwolken. Ik merk dat mijn lichaam begint te wennen aan de langere afstanden. Ik geniet echt van het lopen vandaag en van de mooie uitzichten. Als we rond lunchtijd een weg bereiken, zien we daar de trail angels die we gister hebben ontmoet. Ze hebben frisdrank en kleine zakjes chips en koekjes bij zich. Ik val meteen aan. Zo vlak voor een resupplypunt/stad is de bodem van mijn etenszak in zicht. Ze vertellen dat ze een vriend gaan opzoeken in Agua Dulce en dat ze ons ’s avonds misschien wel mee uiteten kunnen nemen. Na de lunch lopen we door een schitterend stuk woestijn. Veel films zijn hier opgenomen zoals Planet of the Apes en Star Trek. Het voelt met 18 graden ook een stuk warmer dan de laatste dagen maar dat is niets in vergelijking met de 40 graden die het normaal is. Als we bij Vasquez Rocks aankomen, wordt er gefilmd. De cameraman gebaart dat we best even wat foto’s mogen maken. Ondertussen schiet hij met zijn smartphone een foto van ons: 4 ongewassen hikers op een iconische plek. Een aantal mile later lopen we het dorpje Agua Dulce binnen waar de trail angels ons al opwachten en we genieten van een heerlijke pasta.

Dag 33

Hiker Heaven is de droom van elke hiker. De familie die hier woont stelt elk jaar haar huis open voor duizenden hikers. Er staan vandaag ongeveer 100 tentjes in de tuin, 10 dixies zorgen ervoor dat iedereen zijn behoefte kan doen, de eigenaresse wast alle stinkende hikerkleding brandschoon, er is een buitendouche, er staan naaimachines en de buren helpen alle wandelaars te vervoeren van Hiker Heaven naar Agua Dulce voor ontbijt, lunch of een bezoek aan de supermarkt. Wij doen goed ons best om ons calorietekort aan te vullen door te gaan ontbijten in het dorp en ’s middags ook te lunchen. Hoewel we nu in de woestijn zijn aangekomen ziet de lucht er weer dreigend uit. We wachten dan ook tot de zon schijnt voor we weer gaan wandelen. Dat blijkt 4 uur ’s middags te zijn. Op het programma staat een klim van 8.5 mile. Ik zucht een aantal keer heel diep. Ik heb echt geen zin. Halverwege de klim begin ik echter steeds meer te genieten. De avondzon licht de bergen schitterend op. Vlak voor de top vinden we een kampeerplek. Het is ijskoud maar de zonsondergang is wonderschoon. Soms is het verlaten van de bewoonde wereld niet eenvoudig, maar de prachtige omgeving maakt het de inspanning elke keer weer waard.

Big Bear Lake – Wrightwood

Dag 21

De komende dagen is regen, een enkele onweersbui en kou voorspeld. Als we vanuit Big Bear Lake naar de trailhead rijden, worden we verwelkomd door dikke mist. De rest van de dag blijft dat zo. Gelukkig laat de regen op zich wachten tot het einde van de dag. We regenen tijdens het laatste half uur nog even flink nat. Door de kou en het makkelijke parcours schieten we wel lekker op. We lopen ongeveer 30 kilometer. Na een rustdag zit de tas weer bomvol met eten. Tijdens het wandelen baal ik daar flink van, maar aan het einde van de dag geniet ik van een heerlijke wrap met spinazie, avocado, paprika en tonijn. Als je aangewezen bent op houdbaar voedsel, waardeer je verse producten meer.

Dag 22

Het is een onstuimige nacht. Om 4 uur word ik wakker van een hoosbui en een enkele klap onweer. Als 2 uur later de wekker gaat, is mijn tent zeiknat. Ik heb dan ook wat moeite om op te staan. De kou en nattigheid nodigen niet echt uit om mijn warme slaapzak te verlaten. Na heel veel geklaag, staan mijn wandelmaatjes en ik toch op. Na een uur wandelen breekt de zon door en kunnen we onze spullen laten drogen. Door onze late start en droogpauze schiet het wandelen vandaag niet echt op. In de loop van de dag wordt het steeds warmer. De lucht ziet er dreigend uit en in de verte klinken weer onweersklappen. We hebben echter geluk. We lijken tussen de buien door te wandelen. En we bereiken de 300 milemarker. Om 5 uur vinden we de perfecte kampeerplek aan het water. We mogen daar echter geen tentje opzetten omdat er bedreigde kikkers wonen. Een uur later vinden we een andere plek. De buien zijn eindelijk weggetrokken, de avondzon verkleurt de berghellingen en na 30 km kunnen we genieten we van een welverdiende maaltijd.

Dag 23

Na een aantal regendagen is het vandaag weer opgeklaard. Het voelt meteen ook warm. We hebben een ambitieus plan. We willen voor het eerst meer dan 20 mile lopen. We lopen een groot deel van de dag langs een rivier/canyon. Wat een adembenemend uitzicht. We houden een lange middagpauze en lopen tot 19.15 door. 21.5 mile in the pocket.

Dag 24

We hebben vandaag een doel, MacDonalds. De trail kruist vandaag de snelweg en naast die snelweg staat een Mac. Als wandelaar sjouw je al je eten met je mee, wat inhoudt dat je structureel te weinig eet. De Mac vormt dan ook een goede motivatie. Naast de Mac staat ook nog een hotel met goedkope kamers voor hikers. We hebben 120 km gewandeld in 4 dagen. Eten, een douche en een bed. Ik ben een gelukkig mens.

Dag 25

We slapen een beetje uit, profiteren van het ontbijt in het hotel, kopen nog wat repen bij het tankstation, steken de snelweg weer over (en nee, er is geen voetgangerspad) een beginnen aan de klik naar Wrightwood. Het is nog 27 mile. Ik heb wat pijntjes, zere knie, stramme spieren, pijnlijke voeten. We kiezen ervoor om vandaag 15 mile te lopen. Als we een campingplek hebben gevonden, hebben we geen zin meer om de tent op te zetten en cowboycampen we. Echt lekker slaap ik niet. Nog 1 dag en dan rustdag in Wrightwood.

Dag 26

Morgen wordt er heel slecht weer voorspeld. Gelukkig hoeven we nog maar 12 mile. Het is vandaag al fris en het waait hard. Een groot deel van de dag bestaat uit klimmen. Ondertussen fantaseren we over eten. Waar 3 weken geleden douchen nog bovenaan het prioriteitenlijstje stond, is dat nu eten. We doen voor 80 dollar boodschappen in de supermarkt, koken in onze AirBnB en kijken daarna een DVD van Bridget Jones Diaries. Pas daarna gaan we douchen.

Warner Springs – Fuller Ridge

Van regen naar zon naar sneeuw. Van rust naar het beklimmen van bergen. Maar vooral heel veel mooie natuur.

Mike’s place staat bekend om de fantastische pizza’s die er worden gebakken. Wel vreemd om in de woestijn in the middle of nowhere plotseling een onderkomen te vinden dat hikers verwelkomt.

Een dag na de pizza’s loop ik m’n langste afstand tot nu toe. 18.5 mile.

We kamperen bij Mary’s place. Mary woont naast de PCT en heeft een plekje gecreëerd voor hikers met picnictafels, een toilet en een free library. Elk jaar kiest ze een ander thema. Dit jaar is het thema Ithaka.

Mile 150. En het is bijna rustdag.

Er is heel slecht weer voorspeld. Voor ons een reden om geen haast te maken om de bergen in te gaan.

Gelukkig is het een dag later beter weer en kunnen we genieten van de hot tub voordat we verder lopen.