Marion Korevaar

Vele wegen brachten me tot hier

Tag: #wandelen Page 1 of 2

Ashland-Sisters

Nooit meer slapen

Het is warm, zweet druipt over m’n hoofd, en ik zou graag m’n muggennet even omhoog doen. Frisse lucht inademen. Hoe fijn zou dat zijn. Of m’n legging verwisselen voor m’n korte broek. Ongestoord een pauze houden, een mooie boomstam zoeken, de tas neerzetten, genieten van het uitzicht, wat zou dat een beloning zijn. Maar ik loop stug door, hou mijn muggennetje op en drink al ronddraaiend een slokje water. De sneeuw is eindelijk gesmolten en heeft de perfecte voedingsbodem achtergelaten voor muggen. En dan heb ik het niet over een paar muggen maar ik heb het over zwermen muggen die zich niets aantrekken van de 98% deet die ik net op m’n lichaam heb gespoten. Het toiletbezoek stel ik zo lang mogelijk uit, maar op een gegeven moment moet de broek toch naar beneden. M’n billen zijn bedekt met bulten, net als m’n benen, armen, handen, m’n nek, kaaklijn en schouders. Liggend op m’n slaapmatje probeer ik de jeuk te verbijten. Één zwak moment, één keer krabben en de jeuk komt in alle hevigheid terug. Nooit meer slapen.

Het donsjack beschermt nog het beste tegen muggenbeten.

Toen we het echt wanhopig werden, heb ik tijdens de pauze m’n tentje maar opgezet.

Honger

Hijgend loop ik omhoog. De tijd verstrijkt maar ik lijk nauwelijks te vorderen. Wandelen is verslavend door de ‘flow’ die je ervaart. Ik ervaar echter helemaal geen flow. Elke mijl is een strijd en ik lijk de strijd te verliezen. Voor het eerst in 3 maanden denk ik na over stoppen. Zoals ik me nu voel, wil ik me niet voelen. Ik heb geen kracht in mijn benen, voel me misselijk, heb een soort kramp in mijn buik en ben enorm futloos.

De rustmiddag komt op een goed moment. Als ik naar de menukaart kijk, krijg ik kokhalsneigingen. Ik heb geen zin om te eten, maar bestel toch iets. Als de wekker de volgende dag gaat, voel ik me fitter. De etappe begint met een flinke klim. Tot mijn verbazing loop ik lekker. Ik voel me sterk en zie op mijn navigatieapp dat ik een goed tempo heb. En opeens begrijp ik het: honger. Ik heb honger. Geen trek, of een suikerdip, of een rommelende maag, maar echte honger. Ik dwing mijn lichaam al 3 maanden om dagelijks 30 tot 45 kilometer te wandelen en eet alleen wat er in mijn etenszak zit. Myrthe zegt al een tijdje dat ik erg mager word en de sportbh die ik droeg, heb ingewisseld voor een sportbh maatje S, maar toch had ik me niet gerealiseerd dat wat ik voel honger is. Niet wandelen, maar eten is de uitdaging.

Berts GoPro vertekent iets maar we passen met z’n drieën op een klein tweezitsbankje.

Die legging trek ik op tot m’n oksels. Ik zwem in de stof.

Vulkanen

Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Oregon heeft veel vulkanen. Het gebied om Crater Lake en bij Sisters is adembenemend mooi. We komen toeristen tegen die uit hun camper stappen om een foto te maken, terwijl wij ’s ochtends wakker worden met uitzicht op meren en lavavelden, elke bocht verrast worden met een nieuw uitzicht, en voor het slapen gaan de zonsondergang aanschouwen. Afzien en intens geluk liggen soms dichtbij elkaar maar intens geluk overheerst. De kleuren, geuren en vormen van de landschappen die ik zie gaan elke verbeelding te boven en ik mag daar elk dag van genieten.

Mijlpalen

Ondertussen lopen we stug door. Op dagen waarop we niet langs een lodge, tankstation of stadje komen, lopen we 35 tot 45 kilometer. Meestal gaat de wekker om 5.45 en beginnen we rond 7.15 uur met lopen. We houden 3 langere pauzes en zijn rond 19 uur op onze volgende kampeerplek. We vieren belangrijke mijlpalen: 2000 kilometer, 1326 mile (50%), 1400 mile. Morgen wacht mile 1500.

Kamperen en chillen

Er wordt niet alleen gewandeld er wordt ook gerelaxt en gekampeerd.

Ijs op m’n slaapzak. Het was vannacht plotseling erg koud.

Ik had nooit verwacht dat ik dagen waarop we ‘maar’ 23 km wandelen, als rustdagen zou beschouwen maar dat doe ik dus wel.

Heerlijk. Eten en relaxen.

Als dit is wat je ziet als je wakker wordt.

Als dit is wat je ziet als je gaat slapen.

Hier kan geen Netflix tegenop.

Barney Falls – Truckee

Hat Creek Rim

De Hat Creek Rim biedt uitzicht op Mt Shasta en Mt Lassen. De sneeuw is net verdwenen en de Rim staat in bloei. Het lopen gaat vandaag vanzelf en ik geniet van de uitzichten. We zijn niet de enige hikers die de Sierra’s hebben overgeslagen en dat is ook de trail angels opgevallen. Onverwacht worden we getrakteerd op vers fruit, frisdrank en zelfgemaakte koekjes. We lopen onze eerste marathon (26 mile) en zien tijdens onze laatste stappen een waanzinnige zonsondergang

Old Station

Old Station is een klein dorpje aan de trail waar je heel lekker kunt eten. Voor we in Old Station zijn, komen we Marc en Polly tegen, een Nederlands stel. We wisselen uitgebreid ervaringen uit, lachen om alle bizarre voorvallen op de trail en zeggen uiteindelijk weer gedag. We houden een lange pauze in Old Station en lopen aan het eind van de dag nog een aantal mile.

Lassen Vulcanic Parc

We staan vandaag nog vroeger op dan normaal. Het voorstel is 5 uur maar Myrthe weigert voor half 6 op te staan. Vandaag wandelen we door Lassen Vulcanic Parc. Kamperen in het park is zonder bear canister niet toegestaan. We willen daarom graag tot aan de rand van het park lopen, 19 mile verderop. Er ligt echter veel sneeuw dus we verwachten dat het en lange dag zal worden. Dat wordt het ook. En het park valt tegen: 9 mile aan verbrande bomen, eindeloos veel sneeuw en Mt Lassen krijgen we, in tegenstelling tot de afgelopen dagen, niet te zien. We houden vandaag weinig pauzes en door het geploeter in de sneeuw vergeet ik te eten. Een hongerklop is het resultaat. Alles in mijn lijf protesteert en voor het eerst zie ik het hiken echt niet zitten. Na 17 mile zien we eindelijk de hoogtepunten van het park, een kokend meer en een geiser. Het interesseert me weinig. Ik wil gewoon naar bed.

Halfway?

Na een korte wandeldag komen we aan in Chester. Ik kan wel wat rust gebruiken. Of nou ja, boodschappen doen, wassen, douchen, eten. Echt rustig is zo’n middag niet. Rob heeft al een paar dagen last van zijn voet en besluit na een slapeloze nacht niet langer door te wandelen maar rust te nemen. Als we de volgende ochtend weer op pad gaan, nemen we dus afscheid van Rob. Gek om opeens met z’n drieën verder te gaan.

We bereiken het officiële halfwaypunt. Dat geldt echter niet voor ons. We lopen in een andere richting, op een ander punt op de trail dan gewoonlijk het geval zou zijn. We maken toch maar een foto.

Hoewel we al heel wat sneeuw hebben gezien, zijn we nog geen lastige/ingewikkelde/gevaarlijke stukken tegengekomen. Bert is goed in navigeren en in plaats van in de sneeuw over een steile helling te schuifelen is het vaak eenvoudiger om over de richel of zelfs een piek te gaan. Daar ligt geen pad dus er moet wel wat geklauterd worden.

Ondanks Berts navigatievaardigheden ontkomen echter ook wij niet aan steile hellingen. Als ik mijn microspikes aantrek, zegt Bert dat het een goed idee is om ook de ijsbijl te pakken. Dat vind ik onzin. Ik heb geen idee wat ik met dat ding moet en zo steil is het nu ook weer niet. Zo steil blijkt het echter wel te zijn en er zijn geen voetstappen van hikers voor ons die een beetje grip bieden. Waar Bert zich als Spiderman door de sneeuw beweegt, veranderen Myrthe en ik opeens in Bambi op het ijs. Eerst glijdt Myrthe 20 meter naar beneden en een paar stappen later volg ik. Vertwijfeld halen we toch die ijsbijl maar uit de tas en met wat hulp van Bert belanden we uiteindelijk bovenop de helling. De schrik zit er bij mij goed in. Als we even later ook nog 2 rivieren moeten oversteken die een flinke stroming hebben, heb ik het wel even gehad. Ik meld dan ook dat ik niet van plan ben over te steken. Een alternatief is er echter niet echt en dus volg ik Bert en Myrthe toch maar. De laatste miles tot aan onze kampeerplaats zijn sneeuw- en riviervrij. Gelukkig maar. Gewoon hiken is al uitdagend genoeg.

Van Belden naar Quincy

Belden staat bekend om zijn lekkere milkshakes. We gaan ’s ochtends dan ook al vroeg op pad zodat we een lange middagpauze kunnen houden. We drinken niet alleen milkshakes maar ik doe ook een middagdutje. Aan het einde van de dag wacht ons nog een flinke klim. Ik heb wat hoofdpijn en doe het rustig aan. Myrthe en Bert gaan vooruit. Met nog 1 mile te gaan zet ik in gedachten al mijn tentje op. Als ik echter de bocht om kom, staan Bert en Myrthe op me te wachten. Er ligt sneeuw op het pad. “Je hebt microspikes en een ijsbijl nodig”, roept Bert. Ik pak mijn sneeuwgear, klauter de sneeuw op, kijk naar beneden en blokkeer. Dit is een heel steile traverse, m’n laatste glijpartij zit nog vers in m’n geheugen, ik heb hoofdpijn, hier heb ik geen zin in. Myrthe roept dat als ik nu niet ga, ik morgen ook niet ga. Ik zucht eens diep, focus me alleen op mijn voetstappen en bereik de overkant.

We kamperen op een richel, de zonsondergang is prachtig maar ik ben blij als ik in mijn slaapzak lig. ’s Nachts hoor ik het waaien. Flink waaien. Ik doe een paar oordoppen in en slaap verder. Om 5 uur word ik wakker van Myrthe en Bert die proberen te voorkomen dat hun tentjes wegwaaien. Ik gebruik al jaren stormharingen waardoor mijn tent staat als een huis.

Er ligt heel wat sneeuw maar we hoeven niet meer over steile hellingen. Als we bijna in Quincy zijn, komen we 2 vrijwilligers tegen van de PCTA. Ze geven ons hun telefoonnummer. We mogen bellen alles weer iets nodig hebben. Nadat we hebben gegeten, boodschappen hebben gedaan en alle was weer schoon is, bellen we ze op om te vragen of ze een plek weten waar we kunnen kamperen. We worden meteen bij hen thuis uitgenodigd. Tussen alle paarden, katten, muilezels, honden, oude auto’s, nog oudere kranten en boeken, is ook nog wel plek voor 3 hikers. We krijgen de volgende ochtend ook nog ontbijt en ze brengen ons naar de trail. De gastvrijheid die we steeds weer ontvangen is ongekend.

Van Quincy naar Truckee

Sneeuw, sneeuw en nog meer sneeuw. Mijn schoenen zijn de hele dag nat, mijn voeten zijn ijskoud, wandelen door bergen sneeuw is vermoeiend (vergelijkbaar met het oplopen van een duin) een elke keer als Bert zijn ijsbijl pakt, heb ik schrik. Ik klauter liever over een rots dan dat ik met mijn ijsbijl in de sneeuw probeer te blijven hangen. We komen voor het eerst hikers tegen door door het hooggebergte, de Sierra Nevada, zijn gekomen. Ze zien eruit alsof ze uit een oorlog komen en ze vertellen allemaal hetzelfde verhaal: we zijn bijna een groepsgenoot verloren in een gevaarlijke rivieroversteek. We hebben geluk gehad. Wij zijn nog maar een week verwijderd van het hooggebergte en ik begin te twijfelen: wil ik echt zoveel risico nemen en hoeveel plezier heb ik als ik nog 3 weken door de sneeuw moet ploeteren? Uiteindelijk is de keuze eenvoudig: we gaan terug naar Dunsmuir, lopen 1100 mile naar de Canadese grens en gaan in september terug naar Truckee om de laatste 500 mile te lopen in het hooggebergte. En als ik dan toch met cijfers aan het strooien ben: we hebben inmiddels 1000 mile gelopen en hebben nog 1600 mile te gaan. Ik heb er zin in

Truckee

Dunsmuir – Barney Falls

* Een kort verslag. De afstanden worden groter en tijd voor rustdagen hebben we niet echt.

Dag 48 en 49

De tassen zijn ingepakt, het eten is ingeslagen. We zijn er klaar voor om het woestijngedeelte af te ronden en het hooggebergte, de Sierra Nevada’s, in te gaan. Er is dit jaar uitzonderlijk veel sneeuw gevallen en het is de vraag of het veilig is om te wandelen in het hooggebergte. We hopen echter dat het wel mee zal vallen. Het plotseling snelle smelten van de sneeuw zorgt voor lawinegevaar, moeilijk begaanbare sneeuw en snelstromende rivieren. En dus besluiten we op het laatste moment om toch naar Noord-Californië te gaan en 900 mile ‘terug’ te hiken in de hoop dat de sneeuw smelt.

We boeken een Ford Fiësta naar krijgen een Ford Mustang mee. Wat een avontuur.

Dag 50

Na 4 dagen niet te hebben gehiket, heb ik opeens weer zere kuiten. De omgeving is heel anders dan in de woestijn.

Dag 51

Myrthe en ik lopen al pratend verkeerd en moeten 2 mile teruglopen. Die 4 mile extra levert onze eerste 25 mile dag op

Dag 52

Sneeuw. Minder sneeuw is nog steeds sneeuw. Het uitzicht op Mt Shasta is echter mooi en de sneeuw niet te lastig.

Dag 53

Het is eindelijk heet en dus hebben we onweersbuien. Gelukkig steeds in de verte. Waar we wel last van hebben zijn de muggen. Op de onderste foto is het 30 graden tijdens het avondeten maar toch hebben we al onze kleren aan. Jeuk. Voortdurend jeuk.

Dag 54

Gek om opeens tussen de toeristen te kijken naar watervallen. We hebben al 5 dagen niet gedoucht en voelen ons een beetje misplaatst. De watervallen zijn echter erg mooi. Bij Barney Mountain Ranch kunnen we kamperen, douchen, eten, wassen en zelfs zwemmen in het zwembad. Hoe fijn.

Hiker Heaven – Tehachapi

Dag 34

Als ik om 6 uur mijn tentje openrits, zie ik niets. We bevinden ons in een wolk. Het is grijs, nat en heel koud. Het inpakken van een nat tentje bevordert mijn wandelzin niet echt. We hopen dat het weer later vandaag/op lagere hoogte/aan de andere zijde van de berg beter wordt. Dat wordt het niet. Het begint te regenen en het stopt niet meer. Vandaag voelt het wandelen als een verplicht nummer. Gelukkig staat vanmiddag Casa de Luna op het programma. De gastvrijheid van sommige mensen is ongekend. We worden opgewacht door de vrouw des huizes. Ze doet me nog het meest denken aan ma Flodder, met haar sigaret in haar mond en met haar postuur. Hoewel we zeiknat zijn, geeft ze ons een dikke knuffel. En ze reikt ons een Hawaii-shirt aan dat we over onze regenkleding aantrekken. Achter het huis ligt een bos met heel veel kampeerplekjes. Andere hikers hebben de afgelopen jaren beschilderde stenen achtergelaten. Het voelt een beetje als het sprookjesbos. We zetten snel onze tentjes op en wandelen het dorp in. De enige winkel/koffiebar blijkt bij het tankstation te zijn. Het is er warm en wij hebben het koud. We blijven dan ook een en uur met onze warme chocolademelk in de handen in de winkel staan. ’s Avonds eten we de welbekende tacosalade waarbij ma Flodder iedereen die bij het opscheppen zijn bord boven de pan houdt een klap op de kont geeft met haar pollepel. Na het eten gaat de muziek aan. Iedereen die een dansje doet voor ma Flodder krijgt een PCT- bandana. Voor ze de muziek aanzet, vertelt ze ons dat we onszelf vooral niet te serieus moeten nemen. Alle dansjes leiden tot heel wat hilariteit. Het feestje gaat daarna nog wel even door maar zonder mij, want ik kruip lekker in mijn warme slaapzak.

Dag 35

Het ontbijt bestaat uit pannenkoeken en de zon schijnt. Ik ben een happy hiker. Na het ontbijt doen we boodschappen voor de komende dagen. Pas om 11 uur beginnen we bepakt en bezakt aan onze tocht voor vandaag. Dat valt na een resupply elke keer tegen. Als je hiket heb je veel calorieën nodig. Een nadeel is echter dat je al dat eten wel zelf moet meesjouwen. Ondanks onze late start lopen we vandaag toch 18 mile. Aan het eind van de dag zetten we snel ons tentje op, eten we wraps of ramen noodles en gaan we naar bed.

Dag 36

Mile 500 komt in zich. 800 kilometer hebben we al afgelegd. Dat klinkt als een heel eind maar we zijn nog niet eens op 20%. Toch vieren we het met een snicker. Er is wederom slecht weer voorspeld. Een uur voor we onze kampeerplek bereiken, zien we een flinke bui onze kant opkomen. Ik probeer haast te maken. Ik ben geen liefhebber van onweer. Gelukkig gaat de bui langs ons heen. Wel zie ik het in de verte weerlichten in de woestijn en regent het. Nadat de regen is gestopt, kunnen we toch nog even buiten eten.

Dag 36

We besluiten vandaag maar 8.5 mile te lopen. Er is weer kou en regen voorspeld en we zijn wel een beetje klaar met dit weer. Als we de weg hebben bereikt, nemen we een shuttle naar een dorpje verderop. De chauffeur vertelt dat de dag ervoor weerswaarschuwingen waren afgegeven voor blikseminslag, overstromingen en sneeuwval. Soms is het goed om onwetend te zijn. Wij kampeerden op een redelijk beschutte plek en zijn de dans ontsprongen. De bergen om ons heen zijn echter bedekt met sneeuw. In deze omgeving hoort het inmiddels snikheet te zijn. Dat is het allesbehalve. In het hotel kunnen we voor het eerst in een week douchen en kijken we met z’n vieren op een telefoonschermpje naar de luizenmoeder. Fijn zo’n onverwachte halve rustdag.

Dag 37

Vandaag staat de etappe van de LA aquaduct op het programma. Deze etappe gaat 18 mile over vlak terrein zonder enige beschutting. Gewoontegetrouw hiken wandelaars deze etappe ’s nachts om de extreme hitte te vermijden. Vandaag is het echter 13 graden. Geen reden dus om ’s nachts te wandelen. Tijdens onze eerste pauze zoek ik een plek om te plassen. Ik vind een plek tussen de Joshuabomen. Soms voelt het wandelen al zo gewoon dat ik me niet meer realiseer dat het bijzonder is, maar zo hurkend tussen de Joshuabomen, ben ik me daar weer van bewust. Het is een vlakke etappe over een brede weg. Om de tijd te doden zingen we luid mee met achtereenvolgens een Nederlandstalige-, Disney- en een jaren-’90-spotifylijst. Aan het eind van onze etappe komen we windmolenparken tegen en leveren we een gevecht tegen de wind. Er blijken kampeerplekken te zijn in een valei met struiken en bomen die ons beschermen tegen de wind.

Dag 38

We beginnen en eindigen de dag met windmolens. En we doen oneindig lang over een klim omdat het pad over de volledige breedte van de berg loopt. In mijn ogen had die klim minstens 4.5 mile korter gekund. Ik erger me dan ook groen en geel. Morgen willen we graag op tijd in Tehachapi zijn. We lopen onze langste etappe tot nu toe: 23 mile. En eigenlijk voel ik me daarna prima. Geen zere voeten, knieën, kuiten. Wel slaap ik erg lekker.

Dag 39

We slapen uit tot 7 uur. We hoeven namelijk nog maar 9 mile tot aan Tehachapi. Hoewel het een korte etappe is, vind ik m’n ritme niet. Ik ben toe aan een rustdag. Pas als ik in Tehachapi een lekker broodje eet en een gezonde smoothie drink, trekt m’n humeur bij. Even helemaal niets

Big Bear Lake – Wrightwood

Dag 21

De komende dagen is regen, een enkele onweersbui en kou voorspeld. Als we vanuit Big Bear Lake naar de trailhead rijden, worden we verwelkomd door dikke mist. De rest van de dag blijft dat zo. Gelukkig laat de regen op zich wachten tot het einde van de dag. We regenen tijdens het laatste half uur nog even flink nat. Door de kou en het makkelijke parcours schieten we wel lekker op. We lopen ongeveer 30 kilometer. Na een rustdag zit de tas weer bomvol met eten. Tijdens het wandelen baal ik daar flink van, maar aan het einde van de dag geniet ik van een heerlijke wrap met spinazie, avocado, paprika en tonijn. Als je aangewezen bent op houdbaar voedsel, waardeer je verse producten meer.

Dag 22

Het is een onstuimige nacht. Om 4 uur word ik wakker van een hoosbui en een enkele klap onweer. Als 2 uur later de wekker gaat, is mijn tent zeiknat. Ik heb dan ook wat moeite om op te staan. De kou en nattigheid nodigen niet echt uit om mijn warme slaapzak te verlaten. Na heel veel geklaag, staan mijn wandelmaatjes en ik toch op. Na een uur wandelen breekt de zon door en kunnen we onze spullen laten drogen. Door onze late start en droogpauze schiet het wandelen vandaag niet echt op. In de loop van de dag wordt het steeds warmer. De lucht ziet er dreigend uit en in de verte klinken weer onweersklappen. We hebben echter geluk. We lijken tussen de buien door te wandelen. En we bereiken de 300 milemarker. Om 5 uur vinden we de perfecte kampeerplek aan het water. We mogen daar echter geen tentje opzetten omdat er bedreigde kikkers wonen. Een uur later vinden we een andere plek. De buien zijn eindelijk weggetrokken, de avondzon verkleurt de berghellingen en na 30 km kunnen we genieten we van een welverdiende maaltijd.

Dag 23

Na een aantal regendagen is het vandaag weer opgeklaard. Het voelt meteen ook warm. We hebben een ambitieus plan. We willen voor het eerst meer dan 20 mile lopen. We lopen een groot deel van de dag langs een rivier/canyon. Wat een adembenemend uitzicht. We houden een lange middagpauze en lopen tot 19.15 door. 21.5 mile in the pocket.

Dag 24

We hebben vandaag een doel, MacDonalds. De trail kruist vandaag de snelweg en naast die snelweg staat een Mac. Als wandelaar sjouw je al je eten met je mee, wat inhoudt dat je structureel te weinig eet. De Mac vormt dan ook een goede motivatie. Naast de Mac staat ook nog een hotel met goedkope kamers voor hikers. We hebben 120 km gewandeld in 4 dagen. Eten, een douche en een bed. Ik ben een gelukkig mens.

Dag 25

We slapen een beetje uit, profiteren van het ontbijt in het hotel, kopen nog wat repen bij het tankstation, steken de snelweg weer over (en nee, er is geen voetgangerspad) een beginnen aan de klik naar Wrightwood. Het is nog 27 mile. Ik heb wat pijntjes, zere knie, stramme spieren, pijnlijke voeten. We kiezen ervoor om vandaag 15 mile te lopen. Als we een campingplek hebben gevonden, hebben we geen zin meer om de tent op te zetten en cowboycampen we. Echt lekker slaap ik niet. Nog 1 dag en dan rustdag in Wrightwood.

Dag 26

Morgen wordt er heel slecht weer voorspeld. Gelukkig hoeven we nog maar 12 mile. Het is vandaag al fris en het waait hard. Een groot deel van de dag bestaat uit klimmen. Ondertussen fantaseren we over eten. Waar 3 weken geleden douchen nog bovenaan het prioriteitenlijstje stond, is dat nu eten. We doen voor 80 dollar boodschappen in de supermarkt, koken in onze AirBnB en kijken daarna een DVD van Bridget Jones Diaries. Pas daarna gaan we douchen.

Warner Springs – Fuller Ridge

Van regen naar zon naar sneeuw. Van rust naar het beklimmen van bergen. Maar vooral heel veel mooie natuur.

Mike’s place staat bekend om de fantastische pizza’s die er worden gebakken. Wel vreemd om in de woestijn in the middle of nowhere plotseling een onderkomen te vinden dat hikers verwelkomt.

Een dag na de pizza’s loop ik m’n langste afstand tot nu toe. 18.5 mile.

We kamperen bij Mary’s place. Mary woont naast de PCT en heeft een plekje gecreëerd voor hikers met picnictafels, een toilet en een free library. Elk jaar kiest ze een ander thema. Dit jaar is het thema Ithaka.

Mile 150. En het is bijna rustdag.

Er is heel slecht weer voorspeld. Voor ons een reden om geen haast te maken om de bergen in te gaan.

Gelukkig is het een dag later beter weer en kunnen we genieten van de hot tub voordat we verder lopen.

Met 8 Nederlanders aan tafel. We zijn goed vertegenwoordigd op de trail.

We lopen een gedeelte van de trail dat pas sinds dit jaar weer open is na een grote bosbrand in 2013.

Na de rustdag heb ik wel even moeite om op gang te komen met mijn zware rugtas vol eten. De uitzichten zijn de moeite echter meer dan waard.

Kamperen ben ik nog lang niet zat. Weer zo’n mooie kampeerplek.

Na een dag wandelen eindelijk tijd om om me heen te kijken.

En te genieten van een waanzinnige zonsondergang.

Ik heb m’n eigen berg gevonden.

Fuller Ridge. Er is dit jaar veel sneeuw gevallen dus de microspikes kunnen uit de tas. Hier vond ik het nog heel leuk en avontuurlijk.

Nadat we echter slechts 1 mile hadden gelopen en het langzaam donker werd, werd het minder leuk. Maar we zijn uiteindelijk veilig en voor het donker bij onze kampeerplaats aangekomen. Foto: Rob Holsgens

Maar het is wonderschoon.

Mount San Jacinto. Morgen van 8700 feet naar 1200 feet. Van de sneeuw terug naar de woestijn.

Campo-Warner Springs

Ik vertel graag verhalen op mijn blog maar er zijn zoveel verhalen te vertellen en de ervaring is zo overweldigend dat ik nog niet toegekomen ben aan het schrijven van welk verhaal dan ook. Daarom een blog in een andere vorm. Aan de hand van wat foto’s wil ik jullie een kleine impressie geven.

Vertrek uit Nederland.

Scout en Frodo runnen van maart tot mei een militaire operatie en bieden honderden hikers onderdak, eten en een lift naar de trail.

Begin van de trail

Het heeft veel geregend en dus is de woestijn helemaal niet zo droog

Trailangels staan op onverwachte plekken met eten, drinken en stoeltjes klaar.

Waanzinnige uitzichten 1

Waanzinnige uitzichten 2

Waanzinnige uitzichten 3

Mile 50:)

Maar ik ben er nog lang niet.

Onweer en regen. Daar hou ik niet zo van. Gelukkig biedt een toilet gebouw uitkomst.

Je kunt er zelfs je eten ‘koken’. Wrap met tonijn en chips. Lekker voedzaam;)

Na regen komt zonneschijn.

Tentje inpakken, tentje uitpakken. Ik ben benieuwd hoeveel uur ik na 6 maanden heb besteed aan het in- en uitpakken van mijn tent

Waanzinnig uitzichten 4

Liften hoort ook bij het hiken van de PCT

Na regen komt zonneschijn en heel veel warmte. 30 graden en met weinig schaduw.

De woestijn is echter wonderschoon.

Waanzinnige uitzichten 5

100 mile:)

Ik verwonder me over de variatie aan natuur. Van woestijn naar schitterend groene velden.

Californian poppy’s, een bezienswaardigheid in California.

Eagle Rock.

Week 1 telde misschien wat minder of misschien wat meer dagen. Ik tel in miles, in liters water, in kampplekken en in resupplyplaatsen maar in dagen tel ik al een tijdje niet meer.

Verbonden

Voor me schuifelt een 22-jarige reizigster over het pad. Haar voeten doen zeer. De schoenen die ze draagt zijn haar onbekend. Haar hielen zijn ontveld en haar tenen stoten bij elke stap tegen de rand van haar schoen. De ondergaande zon kleurt het verdorde maisveld goudgeel. Terwijl mijn benen gedwongen zijn zich aan te passen aan het ritme van de wandelaarster voor me, laat ik mijn gedachten de vrije loop. Ik mijmer over Quetzaltrekkers en over de gemeenschap die ik samen met de andere gidsen vorm.

Ik werk, woon en leef samen met een groep mensen die ik twee maanden geleden nog niet kende. Hoewel het soms overweldigend is om zoveel mensen om me heen te hebben, voel ik me ook onderdeel van het geheel, van de gemeenschap. We koken samen, doen de afwas, ruimen op, organiseren trektochten, dragen verantwoordelijkheden voor onze cliënten en voor het voortbestaan van de school, we klagen over slaapgebrek, zijn tegelijk ziek, lachen om elkaar en om elkaars stupide acties en denken na over maatschappelijke vraagstukken.

Wat mij eigenaardig maakt, is bekend bij de andere Quetzaltrekkers. Wie dag en nacht samen is, kan zich niet verbergen. Ik voel me verbonden. Ik realiseer me dat ik dat gemist heb de afgelopen jaren. Na mijn studententijd was ik dochter, zus, vriendin, collega, docent en sportmaatje, maar nooit allemaal tegelijk.

22% van de Nederlanders woont alleen. Het woord alleenstaand dekt niet de lading. Ik sta niet alleen. Ik heb lieve vrienden en familie om me heen. En toch was ik meer alleen dan ik aan mezelf wilde toegeven. Ik was alleen als ik moe was, maar toch voor mezelf moest koken, ziek was en toch naar de winkel moest, iets grappigs, verdrietigs, moois of memorabels had meegemaakt en dat alleen via Whatsapp kon delen, niemand een hand op mijn schouder, een por in mijn zij of een duw in de rug gaf en ik mezelf wijs maakte dat ik dat niet nodig had. Na mijn studententijd was er niemand met wie ik vrijwel dagelijks alle aspecten van mijn leven deelde.

Een gemeenschap lijkt in Nederland voorbehouden te zijn aan stellen en gezinnen en toch geloof ik dat dat niet de enige manier is om je verbonden te voelen met anderen. De dorps-, kerk- en leefgemeenschap zoals die 50 jaar geleden bestond, is vervangen door een meer individualistische benadering van vrije tijd en relaties. De mogelijkheid om je leven zo in te kunnen richten als je zelf wilt, zonder de kritische blik van anderen, is een waardevolle verworvenheid. En toch vraag ik me af in hoeverre een gebrek aan gemeenschapszin bijdraagt aan gevoelens van depressie en het ontstaan van burn-outs. Als ik terugdenk aan mijn burn-out 5 jaar geleden, herinner ik me voornamelijk hoe zeer ik me vervreemd voelde van de wereld om me heen.

Quetzaltrekkers is hard werken: 7 dagen per week, soms 15 uur per dag. En toch voelt de werkdruk heel anders dan in het onderwijs. Als ik moe ben doet een ander de afwas en als een ander ziek is, zet ik thee. Als we elkaar aankijken weten we met één blik hoe de ander zich voelt en kunnen we daarop anticiperen. We dragen samen verantwoordelijkheid voor onze werkzaamheden, zorgen er samen voor dat we ons hier thuis voelen en zetten ons samen in voor hetzelfde doel: geld inzamelen voor Escuela de la Calle. Ik voel me verbonden met de mensen om me heen en het doel waarvoor ik me inzet en dat is elke pijnlijke spier, korte nacht en buikkramp waard.

Hoog gegrepen

Tussen de bomen dansen de hoofdlampen van de wandelaars die voor me lopen. Mijn lamp is gericht op de rotsachtige ondergrond. Af en toe kijk ik op in de hoop dat ik de afstand met de andere wandelaars heb weten te overbruggen. Elke blik in de verte vergroot echter mijn wanhoop. Mijn handen en voeten tintelen, ik voel me misselijk en elke stap kost moeite. Ik probeer niet in paniek te raken, rustig te blijven, te ademen, me alleen te focussen op de volgende stap. Het pad wordt steiler. Met handen en voeten klauter ik omhoog. Bovenaan het steile gedeelte wacht de andere gids. Ik plof neer op de grond, probeer golven van misselijkheid te negeren en kijk uiteindelijk op naar Sebastian. “Het gaat niet. Ik keer om.”

Het hoogste punt in Midden-Amerika is de vulkaan Tajumulco. De 4220 meter die deze vulkaan hoog is, boezemt me angst in. Na 5 tochten naar het meer kijk ik echter ook uit naar een nieuwe tocht, een nieuwe uitdaging.

Ik hoop vooraf dat een van de wandelaars een pakezel heeft geboekt. Dat scheelt mij als gids een hoop gesjouw. Een dag voor vertrek ontmoet ik de andere wandelaars. Het zijn er drie. Ze vertellen waar ze vandaan komen: Nieuw-Zeeland, Pyreneeën en de Alpen en ik denk: dat wordt doorlopen morgen en een pakezel zit er vast niet in.

Mijn vrees blijkt ongegrond te zijn. Het is een geleidelijke klim en ik vind al snel een monotoon ritme dat het toelaat om weg te dromen. Na anderhalf uur wandelen liggen we een uur voor op schema. We lassen een pauze in, eten avocado’s en genieten van de zon. Het wolkendek bevindt zich onder me.

Rond 3800 meter wordt ademen lastiger, mijn benen voelen zwaar. Bewegen kost steeds meer energie en gaat trager en trager. Aan het bewegingsritme van de andere wandelaars kan ik zien dat ook zij strijden tegen een gebrek aan zuurstof. Ik voel me licht in mijn hoofd. Sneller dan verwacht wordt het basiskamp bereikt. We zetten de tenten op, verzamelen hout voor het kampvuur en doen een dutje in de zon.

Voor zonsondergang staat nog een klim van 100 meter op het programma naar de tweede top van Tajumulco, Cerro Concepcion (4100 meter). De inspanning kost me verrassend veel moeite. De top is gehuld in wolken. Ik heb het koud. Het uitzicht is niet wat ik ervan had verwacht.

Tot het ze, opeens, toont in z’n hogen staat.* Opnieuw word ik gegrepen door de kleurschakeringen. Elke meter wandelen, en soms afzien, is dit uitzicht waard. De majestueuze top van Tajumulco, de pittoreske dorpjes in het dal, de paars-roze wolken en de vuurrode zon zijn adembenemend.

Mijn misselijkheid en de moeizame meters naar de top ben ik al snel vergeten. Ik hoef nog maar 12 uur te wachten tot zonsopkomst. We dalen in het donker af naar het basiskamp, 100 meter lager.

Het is muisstil in het bos. We zijn de enige wandelaars. Het kampvuur houdt ons warm en de sterrenhemel is minstens zo spectaculair als de zonsondergang. Om 21 uur is het tijd om te gaan slapen. De wekker gaat de volgende ochtend om 3.45. Er moet nog een uur geklommen worden om de de zonsopgang te zien.

Slapen doe ik echter nauwelijks. Ik heb het ijskoud, mijn blaas lijkt door de hoogte en de kou gekrompen te zijn en mijn buik is van slag. Als de wekker gaat, voel ik me belabberd. Aan opgeven wil ik echter niet denken. Ik heb de afgelopen twee jaar meer dan 2000 kilometer gewandeld. 200 meter klimmen zou geen onhaalbare afstand moeten zijn.

En toch keer ik om voor ik de top heb bereikt. De zonsopkomst vanaf het basiskamp is zeker niet onaardig, maar het gevoel dat ik heb gefaald, laat me niet los. Had ik met wat meer doorzettingsvermogen die top toch niet kunnen halen? Ik denk terug aan de Amerikaan die drie dagen heeft afgezien. 150 meter klimmen is een minimale afstand.

In Xela vragen de andere gidsen naar mijn eerst TJ, Tajumulco. Ik baal nog steeds, heb geen zin om te praten, om te vertellen dat ik ben omgekeerd. De wekelijkse voetbaltraining met de kinderen sla ik over. Een ervaren gids blijft ook achter, vraagt me naar mijn ervaring, en als ik dan eindelijk vertel dat ik ben omgekeerd, is haar reactie: “Goed zo, dat was de enige juiste beslissing”.

Ik zag niet de zonsopkomst vanaf de top, maar wel de zonsondergang vanaf de tweede top, haalde niet het hoogste punt van Midden-Amerika, maar wel het op één na hoogste punt. De top was hoog gegrepen, maar niet te hoog. En komen nog genoeg kansen.

* Een kleine ode aan J.C. Bloem

Ademnood

“Je ademt niet eens”. Een 61-jarige Amerikaan kijkt me verontwaardigd aan. Aan zijn tas bungelt een Caminoschelp. Na vier haarspeldbochten, wat boomstronken en onhandig geplaatste stenen, staat de man hijgend bij te komen. Hoe lang dit zo doorgaat? Diplomatiek antwoord ik dat we bijna bij de eerste rustplek zijn. 5 ademteugen, een paar wandelpassen vooruit, weer wat ademteugen, een wanhopige blik, en en nog wat passen vooruit. Het is de vijfde keer dat ik deze berg op wandel. De klim begint op 2300 meter en eindigt op 3050. Ik voel mee met de man die het zweet van zijn voorhoofd veegt en probeert zijn ademhaling te controleren. Op 3000 meter hebben de meeste mensen geen last van hoogteziekte, maar je merkt wel dat de lucht ijler is.

Ik denk terug aan mijn eerste tocht. Net als de man die voor mij loopt, kwam ik na een paar passen al in ademnood. Trillend op mijn benen probeerde ik de verzuring in mijn kuiten te negeren, terwijl ik me wanhopig afvroeg hoe ik dit nog 18 keer zou gaan doen.

Ik spreek de Amerikaan bemoedigend toe, terwijl ik ondertussen van het uitzicht geniet. De vulkanen Santa Maria en Tajumulco torenen boven het landschap uit. Ik zie Xela, de stad waar ik woon. De Amerikaan en ik vorderen langzaam. Guatemalteken lopen me tegemoet. Ze dragen hout op hun rug. Het kappen van bos is voor hen de goedkoopste manier om hun huis te verwarmen of te koken. De Amerikaan drinkt een slokje water. Ik neem de hoge, oeroude bomen in me op en geniet van alle kleuren op me heen: de verschillende kleuren groen van het bos, de fel gekleurde bloemen, de zon die door de bladerenschijnt.

Ik adem wel, maar je hoort me niet. De helling die eerst zo onmogelijk leek, heeft inmiddels geen geheimen meer voor me. Tijdens mijn vierde wandeltocht, slechts 3 dagen eerder, heb ik mijn weg door het bos weten te vinden door voetsporen te volgen. De ervaren gids op deze route moest onverwachts terugkeren met een wandelaar die ziek was geworden en na 10 minuten klimmen moest afhaken. Bij elk kruispunt bluf ik mezelf de juiste richting uit. De groep volgt me vol vertrouwen. Ik haal opgelucht adem als ik aan het einde van de helling het bos achter me laat en op de juiste plek in het maïsveld uitkom.

Vandaag loop ik echter achteraan. Tussen twee ademhalingen in verontschuldigt de Amerikaan zich. Hij wil mijn hike niet verpesten. Dat doet hij ook niet. Het voelt nog steeds als een voorrecht om hier te mogen wandelen en van de natuur te mogen genieten. Elke hike ben ik fysiek fitter dan de vorige keer en heb ik meer energie over om aandacht te besteden aan mijn omgeving. Ik antwoord dat ik dit werk vrijwillig doe en dat ik hier niet zou lopen als ik dat niet graag zou doen.

De Amerikaan zet door. Van vermoeidheid zet hij soms een pas naast het pad. Ik probeer hem voor valpartijen te behoeden door zijn tas vast te grijpen. De andere wandelaars juichen de Amerikaan toe als we de lunchplek bereiken en Don Pedro onthaalt hem aan het einde van de dag met veel liefde en gastvrijheid in zijn huis.

Als de wekker de volgende ochtend om 3.40 uur gaat, moppel ik tegen mijn medegids dat het midden in de nacht is en ik trek mijn slaapzak nog even over mijn gezicht. 5 minuten later sta ik toch op en maak ik de andere wandelaars wakker.

Ik haal de medkit tevoorschijn, plak wat tape op voeten, deel paracetamol uit, zoek mee naar verloren kledingstukken en maan de wandelaars aan tot haast. De zonsopkomst wacht op ons. De Amerikaan zucht nog eens diep. De laatste meters naar het uitkijkpunt gaan door een stikdonker maïsveld. De wandelaars leggen hun matjes neer, pakken hun slaapzak en kijken verwachtingsvol naar de horizon terwijl wij, de gidsen, water koken en het ontbijt klaarzetten.

Langzaam verkleurt de hemel: van zwart naar donkerblauw, naar rood, roze, oranje en uiteindelijk laat ook de zon zich zien. Fuego erupt en voegt wat donkere aswolken aan het kleurspektakel toe. Ik deel thee, koffie en chocolademelk uit, maak wat foto’s van wandelaars en denk: “Morgen mag ik weer.

Page 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: