Dag 41

We mogen tot 12 uur in onze hotelkamer blijven en die tijd benutten we tot de laatste minuut. Na het ontbijt kruipen we nog even terug in bed en daarna lunchen we in het dorpje. De bus naar de trailhead gaat om 2 uur. Terwijl we wachten op de bus, krijgen we een lift aangeboden door een man in een heel oude, gele auto. Ik zit naast de chauffeur en zijn hond. Na 10 minuten zegt hij ineens: “Zouden ze achterin doorhebben dat hij (de hond) rijdt?”. En inderdaad, zijn hond bleek uitstekend in staat te zijn om zonder ingrijpen de auto te besturen. Als je reist zoals wij, kom je bijzondere mensen tegen. Uiteindelijk beginnen we pas om 3 uur aan de klim. 10.5 mile met een heel zware rugzak. We hebben 5 liter water en eten voor 6 dagen in onze tas. Alles doet zeer: m’n schouders, m’n rug, m’n kuiten. Maar vlot gaat het wel. Na de rustdag voelen mijn benen weer fris, de bibliotheek van mijn Spotify is ge├╝pdatet en zonnetje schijnt. Om 7 uur zetten we de tentjes op. Eindelijk weer eens zonder buitentent. Ik kijk naar de sterrenhemel tot mijn ogen moe worden en val daarna al snel in slaap.

Dag 42

Als ik wakker word, merk ik dat alles nat is. Even denk ik dat het heeft geregend, maar dat is onwaarschijnlijk. Condensatie blijkt het probleem te zijn. Gelukkig is het zonnig en kunnen we onze spullen drogen voor we gaan wandelen. Zo fijn dat de zon schijnt. We pauzeren een tijd bij een waterbron. Als we weer gaan wandelen, valt me op dat de wolken eruit zien als onweerswolken. Ik hoop dat de buien nog even op zich laten wachten. Tijdens de lunchpauze begint het echter te regenen en even later klinken de eerste onweersklappen. Ik hou niet van onweer een focus me maar gewoon op Myrthes kuiten voor me. Ik probeer me af te sluiten voor de bliksemflitsen en het dreigende geluid. Als ik wel even kijk, ben ik onder de indruk van het natuurgeweld. Vooral in het dal lijkt het hard te regenen. Soms is de natuur wonderschoon en beangstigend tegelijk. Als de avond valt, lossen de buien op. Een ongestoorde nachtrust is ons echter toch niet gegund. In het bos wonen grondeekhoorns die bijzonder luidruchtig zijn. Als ze plots naast mijn tent beginnen te piepen/schreeuwen naar elkaar, zit ik rechtop in mijn tent. Ik hoop maar dat ze mijn tent en eten met rust laten.

Dag 43

Ik word wakker en het is buiten zonnig en warm. Eindelijk. Het plan is om maar 16 mile te lopen zodat we kunnen kamperen in de buurt van water. Dit is een van de heetste en droogste delen van de pct en hikers worden gewaarschuwd voor oververhitting en uitdroging. Na een aantal mile zie ik de eerste cumuluswolken als bloemkolen de lucht in schieten. Ik vraag me dan ook af hoe lang dit zonnige en droge weer zal duren. Het antwoord is: vrij kort. Nog voor de middagpauze begint het stevig te onweren en te regenen. We duiken het bos in om te schuilen tegen de regen. Als het weer echter niet verbetert, besluit ik mijn buitententje op zetten. Zo lunchen we in ieder geval even droog. Daarna vervolgen we onze tocht in regenkleding. Het is inmiddels ook afgekoeld van 35 naar 10 graden. Nat en koud. Dat is weer waaraan we gewend zijn geraakt. Onderweg zien we zelfs hagel op de grond liggen. Als we bij onze kampeerplaats aankomen, breekt de zon weer door. Het is nog steeds fris en ik eet liggend in mijn slaapzak in mijn tentje. Toch is die zon echt een moraalbooster. Voor we gaan slapen luisteren we naar ‘Here comes the sun…’ Misschien gaat zonnig en warm morgen dan toch echt lukken.

De realiteit als we een pauzeplek bereiken…

Fotoshoot

De slappe lach

Dag 44

De zon schijnt voorzichtig tussen de bomen. Zonnig, eindelijk. Warm is het nog niet maar voor de zekerheid vullen we onze waterflessen wel op. Het aantal waterpunten is vandaag beperkt. Daar krijgen we geen spijt van. Na 8 mile heb ik al 2 liter water gedronken. Het is warm, maar we hebben waanzinnig mooi uitzicht over de woestijn. Als ik een bocht omkom, zie ik Rob en Bert in de struiken liggen. Ze hebben een ratelslang gevonden. De tijd dat we bang waren voor slangen ligt ver achter ons. Vandaag willen we 22 mile lopen, zodat we kunnen kamperen bij een waterpunt. We lopen dan ook flink door. Vlak voor onze tweede pauze gaan we langs het 1000-kilometerpunt. Eigenlijk tellen we in mijlen maar deze mijlpaal is wel een feestje waard. Rond half 7 arriveren we op de plek waar we willen kamperen. We zetten de tentjes op onder een paar Joshuabomen en aanschouwen de mooiste zonsondergang tot nu toe. Zonnig, warm, woestijn. Het is eindelijk gelukt.

Dag 45

In de woestijn wonen niet alleen ratelslangen maar ook schorpioenen. Myrthe kijkt nogal verschrikt naar haar grondzeil als blijkt dat ze de hele nacht op een schorpioen heeft gelegen. De schrik wordt nog groter als het beestje plotseling weer begint te bewegen. Vanuit ons kampement moeten we meteen 4.5 mile klimmen. Gelukkig is het vroeg in de morgen nog niet zo warm. Dat wordt het later op de dag wel: 33 graden. Wij wilden warm weer, dat hebben we gekregen. Uiteraard weerhoudt dat ons er niet van om te klagen over de temperatuur. Nu vinden we het te warm. Behalve Bert, die houdt van dit soort temperaturen. We kunnen ons nu nog niet voorstellen dat de Sierra’s bedekt zijn met sneeuw. Tot we een bocht omgaan en het imposante hooggebergte zien. Dat is wel heel veel sneeuw. We lopen vandaag maar 15 mile. We zijn vlakbij ons volgende rustpunt en willen de dag erna maar een klein stukje lopen. We zetten al vroeg de tentjes op en genieten van het feit dat we buiten kunnen zitten zonder onze warme kleren aan. Plotseling verschiet Myrthe van kleur. ‘Beer’. En een wijzende vinger. Verder komt ze niet. 2 meter van onze tentjes staat een volwassen, zwarte beer ons aan te kijken. Terwijl de anderen hun camera’s pakken, grijp ik de wandelstokken. Je moet jezelf toch kunnen verdedigen. Alle commotie staat de beer niet zo aan en hij holt even later het bos weer in. Wij kruipen onze tentjes in en hopen dat we ’s nachts geen bezoek krijgen.

Dag 46

’s Nachts schrik ik een aantal keer wakker, me afvragend of ik iets hoor in de bosjes naast me. De beer laat ons echter met rust. We hoeven maar 7 mile tot aan de weg. Vanaf de weg kunnen we liften naar het plaatsje Kernville. We lopen stevig door en bespreken ondertussen onze opties de komende weken. Er ligt veel sneeuw in de Sierra’s. Rob neemt vanaf Kernville de bus naar het noorden en stelt de Sierra’s nog even uit. Ik besluit in ieder geval naar Lone Pine door te lopen. Het lijkt alsof alle hikers andere keuzes maken: naar verschillende plekken in het noorden, een tijdje offtrail, gewoon doorlopen. Alle opties komen voorbij. Bij de weg zeg ik een aantal mensen dan ook gedag. Het liften gaat vlot. 2 liften en 40 minuten later zijn we in het watersportdorp, Kernville, waar we meteen de pizzeria inschuiven. Eten, slapen en rusten. Heerlijk zo’n rustdag.